Home

Achtergrond 84 x bekeken

Vervangingsreserve niet toegestaan na staking bedrijf

Een manegehouder die zijn bedrijf verkoopt en zich twee jaar later bedrijfsmatig weer met paarden gaat bezighouden, mag geen vervangingsreserve vormen. Daarvoor zijn de activiteiten van de oorspronkelijk en de nieuwe onderneming te verschillend.

Dat heeft het Gerechtshof van Amsterdam bepaald. De managehouder verkocht op 30 oktober 1999 zijn ruitercentrum, inclusief de paardenboxen en dieren. Ook deed hij afstand van de naam, vergunningen, lopende overeenkomsten en goodwill. In mei 2001 startte hij op een nieuw adres een kleinere nieuwe onderneming.

Met de behaalde boekwinst van de verkoop, wilde de voormalige manegehouder een vervangingsreserve vormen. De belastinginspecteur keurde dat echter niet goed en het Gerechtshof volgt dat standpunt.

Om gebruik te maken van de vervangingsreserve moet een ondernemer zijn bedrijf voortzetten. Daarvan is volgens de rechter in dit geval geen sprake. De manegehouder heeft zijn onderneming verkocht en is daarna een ander bedrijf begonnen, waarvoor hij andere activiteiten verrichtte en waaraan minder werd verdiend. De boekwinst behoort daarom tot de stakingswinst van 2000, aldus het Gerechtshof.

De vervangingsreserve is met ingang van 2001 vervangen door de herinvesteringsreserve. Die kan ook worden toegepast als de ondernemer herinvesteert in zaken die niet dezelfde economische functie hebben, zoals een vrachtwagen en een computer.

Meer informatie Uitspraak van het Gerechtshof

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.