Home

Achtergrond 82 x bekeken

Terecht aansprakelijk gesteld voor naheffingsaanslag met anoniementarief

Een naheffingsaanslag met toepassing van het anoniementarief is terecht als er sprake is van inlening van het personeel waarvan het loon ter zake van de werkzaamheden niet kan worden geïndividualiseerd. Dat heeft de Rechtbank van Breda bepaald.

Een tomatenkweker maakte in 2000 gebruik van werknemers van een uitzendbureau dat een jaar later failliet ging. De afspraken tussen het uitzendbureau en de kweker waren niet schriftelijk vastgelegd. De uitzendkrachten waren in de kassen van de boer werkzaam voor het dieven en draaien van tomatenplanten. Het uitzendbureau factureerde op basis van het aantal bewerkte planten.

Naar aanleiding van een door uitkeringsinstantie uitgevoerde looncontrole is aan het uitzendbureau een naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd over de periode 1 januari 2001 tot en met 31 december 2001. Hierbij is het anoniementarief gehanteerd.

De kweker werd vervolgens aansprakelijk gesteld voor een gedeelte van de aan het uitzendbureau opgelegde naheffingsaanslag. Volgens de tomatenkweker kan hij helemaal niet aansprakelijk worden gesteld omdat er volgens hem geen sprake is van inlening van personeel maar van aanneming van werk. Hierom ging hij primair in beroep tegen de naheffingsaanslag en secundair tegen het anoniementarief.

Van inlening is sprake indien de werknemers aan de kweker ter beschikking zijn gesteld om onder haar leiding of toezicht werkzaamheden te verrichten. De rechtbank is van oordeel dat de verrichte werkzaamheden van een zo eenvoudige aard zijn dat het niet nodig is daarbij frequent aanwijzingen te geven. Er was ook niet steeds iemand bij het werk in de kassen aanwezig.

Er was echter wel sprake van toezicht achteraf. Dat en het feit dat het uitzendbureau het werk niet heeft aangenomen, maar haar werknemers ter beschikking heeft gesteld om onder haar toezicht werkzaam te zijn, leidt tot de conclusie dat er sprake was van inlening van het personeel.

Om onder het anoniementarief uit te komen moet op deugdelijke wijze de identiteit van de werknemer(s) worden aangetoond. Tevens moeten er gegevens kunnen worden overlegd aan de hand waarvan het loon van de werknemer(s) ter zake van de werkzaamheden kan worden geïndividualiseerd. Hierin moet de naam, het adres, de woonplaats, de geboortedatum, het sofinummer, een specificatie van de gewerkte uren en een kopie van het identiteitsbewijs zijn opgenomen.

De kweker stelt dat er in het jaar 2000 acht uitzendkrachten bij haar hebben gewerkt. Om dit te bewijzen overlegde ze acht identiteitsbewijzen en een overzicht van de mens/urenadministratie van het jaar 2000. Volgens de Rechtbank was dit echter onvoldoende om het loon te individualiseren. Het is niet duidelijk welke personen op welke dagen hoe lang tegen welke betaling hebben gewerkt. Het beroep is ongegrond verklaard.

Meer informatie Volledige uitspraak van de Rechtbank van Breda

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.