Home

Achtergrond 406 x bekeken

Regeling geurhinder en veehouderij gepubliceerd

De Regeling geurhinder en veehouderij is in de Staatscourant gepubliceerd. Deze ministeriële regeling is een uitwerking van de Wet geurhinder en veehouderij welke naar verwachting 1 januari 2007 in werking treedt. De Regeling biedt een beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen.

De geuremissie wordt niet langer uitgedrukt in mestvarkeneenheden (mve’s) maar in geuremissiefactoren, uitgedrukt als aantallen Europese odour units die per seconde per dier worden uitgestoten (OUE/sec/dier). Hier gaat hier om onder andere varkens, pluimvee, geiten, schapen en vleesvee. Voor diercategorieën zonder geuremissiefactoren gelden wettelijke, vaste afstanden die ten minste moeten worden aangehouden. Deze vaste afstand is in principe onafhankelijk van de omvang van het veebestand. Hier gaat het o.a. om melkrundvee en paarden.

Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier bij ministeriële regeling is vastgesteld, wordt onderscheid gemaakt in het toegepaste huisvestingssysteem. De mve's uit de Regeling Stankemissie veehouderijen zijn gebaseerd op de Europese odour units. Dit betekent dat dezemve-normen verhoudingsgewijs omgerekend zijn naar Odour units. Voor zeugen-, kippen- en kalkoenenhouderijen in niet-reconstructiegebieden, waarvoor de Richtlijn 1996 nu nog van toepassing is, betekent dit een aanscherping.

De verschillende stalsystemen zijn zoveel mogelijk ingedeeld in clusters m.b.t. emissiearme huisvesting of overige huisvesting. De geuremissiefactor is aan een cluster toegekend en niet aan een bepaald type huisvestingssyteem. Daarnaast zijn geuremissiefactoren opgenomen voor situaties waarin een chemische (30%) of biologische (45%) luchtwasser wordt toegepast (de meest voorkomende emissiereducerende techniek). Verder staan in de Regeling gecombineerde luchtwassers opgenomen. Deze vormen een nieuw onderdeel.

De berekening van de geurbelasting (van 'geuremissie per dier' naar 'geurbelasting op een geurgevoelig object') bestaat uit 3 onderdelen: Geuremissie per dier vermenigvuldigd met aantal dieren is geuremissie vanuit dierenverblijf. Geuremissie vanuit dierenverblijf vermenigvuldigd met aantal dierenverblijven is geuremissie vanuit veehouderij en geuremissie vanuit veehouderij ingevoerd in het verspreidingsmodel (V-stacks vergunning) leidt tot geurbelasting op geurgevoelig object. In het programma 'V-stacks vergunning' spelen de schoorsteenhoogte en windrichting ook een rol.

In de huidige situatie wordt in de berekening de hele geuremissie toegerekend aan de ventilator of ventilatie-opening (natuurlijke ventilatie) die het dichtst bij het geurgevoelig object is gelegen. In de Regeling wordt uitgegaan van het 'geometrisch' gemiddelde emissiepunt van een punt op het stalsysteem. Simpel uitgelegd: tussen de aanwezige (in gebruik zijnde) ventilatoren/schoorstenen wordt een middelpunt bepaald. Dit kán betekenen dat een punt waaruit feitelijk geen emissie plaatsvindt als emissiepunt wordt aangemerkt.

Voor dieren met geuremissiefactoren zijn drie criteria om de afstand tot een geurgevoelig object te bepalen: Gevel -Gevel: De minimale afstand van de buitenzijde van het dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object is binnen de bebouwde kom 50 meter en buiten de bebouwde kom tenminste 25 meter. Emissiepunt - Gevel: Als emissiepunt wordt aangemerkt de dichtstbijzijnde ventilatie opening (in geval van natuurlijke ventilatie is dit punt meestal de ventilatie-uitlaat).

De afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object bedraagt binnen de bebouwde kom ten minste 100 meter en buiten de bebouwde kom 50 meter. De afstand tussen dierenverblijf en geurgevoelig object wordt gemeten vanaf hetemissiepunt dat het dichtst bij het geurgevoelige object is gelegen. Geometrisch gemiddelde emissiepunt - Gevel: Het verspreidingsmodel berekent de verspreiding van de geur tussen het geometrisch gemiddelde emissiepunt (dierenverblijf) en het geurgevoelig object.

Deze geurverspreiding wordt berekend m.b.v. het computerprogramma 'V-Stacks vergunning'. Deze wordt via Infomil in de vorm van een cd-rom beschikbaar gesteld. Verder geldt als minimale afstand tussen alle veehouderijen onderling een minimale afstand van 50 meter. Deze minimale afstand geldt dus ook voor melkrundveehouderijen! Voor pelsdieren gelden minimale, vaste afstanden tussen een pelsdierenhouderij en een geurgevoelig object. Deze afstanden zijn echter gerelateerd aan het aantal fokteven en de situatie binnen of buiten debebouwde kom.

Evelyne Coopmann (Hendrix UTD)

Meer informatie De Regeling in de Staatscourant

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.