Home

Achtergrond 232 x bekeken

Ontwikkelingen rondom de herinvesteringsreserve

De Minister van Financiën heeft een Besluit uitgevaardigd waarin een aantal nieuwe standpunten is opgenomen over de herinvesteringsreserve (kortweg HIR). Verder zijn in dit besluit enkele oudere Besluiten geactualiseerd. Alle standpunten kunnen de agrarische sector raken, maar een aantal punten zijn enkel en allen voor boeren van belang.

Van zeer groot belang kan zonder overdrijving gezegd worden. Die agrarische onderdelen betreffen dan een nader invulling van het begrip Overheidsingrijpen (punt 5.1 van het Besluit), de verkoop van verhuurd melkquotum (punt 5.4), de aan te houden volgorde bij verkoop en onteigening(dreiging) (punt 5.6) en de gevolgen van een nabetaling voor de HIR (punt 6.3).

Als gevolg van de HIR hoeft er vooralsnog geen belasting betaald te worden als een bedrijfsmiddel (grond, quotum, bepaalde soorten vee) met winst wordt verkocht, en de behaalde winst binnen enige tijd weer opnieuw in het bedrijf wordt geherinvesteerd. Ook in geval van beschadiging of tenietgaan is de HIR belangrijk, omdat op deze manier een eventueel te ontvangen verzekeringsuitkering belastingvrij kan worden geherinvesteerd. Vaste rechtspraak (die in het Besluit wordt bevestigd) is het dat ingeval van een onttrekking (overbrenging naar privé) geen HIR gevormd kan worden. Dat wordt in de praktijk regelmatig als een gemis ervaren.

Het gaat bij de HIR niet alleen om een (zeker voor de landbouwsector) belangrijke regeling, het gaat ook om een zeer gecompliceerde regeling. Dat wordt onder meer veroorzaakt door het feit dat bijzondere bepalingen gelden als het gaat om de winst behaald op de vervreemding van grond of van opstallen. Grond (om preciezer te zijn: bedrijfsmiddelen waarop niet mag worden afgeschreven) mag namelijk enkel vervangen worden door grond, en ook bedrijfsmiddelen waarop lang (langer dan 10 jaar) mag worden afgeschreven mogen enkel door soortgelijke bedrijfsmiddelen worden vervangen. Voor kort (korter dan 10 jaar) afschrijfbare bedrijfsmiddelen geldt een veel liberaler regime. Ook in het geval er sprake is van overheidsingrijpen (denk aan onteigening) gelden weer bijzondere voorschriften.

In de inleiding niet afzonderlijk genoemd, maar opnieuw specifiek voor de agrarische sector van belang, zijn de behandeling van vragen op het gebied van investeren in het (aangrenzende) buitenland, de vervanging van eigendom door erfpacht (en vice versa) en de gevolgen voor toepassing van de HIR indien een tak binnen een gemengd bedrijf wordt afgestoten, onder gelijktijdige uitbreiding van de reeds bestaande tak (varkens voor koeien).

Met dit besluit worden ook een aantal voor de agrosector van belang zijnde besluiten nadrukkelijk ingetrokken. Genoemd moeten worden het besluit inzake de pachtontbindingsvergoeding (CPP2004/440M), huurrecht (CPP2004/2114M) en het opstal/erfpachtrecht (CPP 2004/1852M). Een enkel punt in de oude aanschrijvingen is inmiddels door rechtspraak achterhaald. Voor het overige worden met de actualisering geen inhoudelijke wijzigingen beoogd. Maar van nieuwe standpunten is in het Besluit wel degelijk sprake. Hier volgt nog nadere informatie over.

S.F.J.J. Schenk (Directeur Fiscale Zaken Gibo Accountants en Adviseurs)

Meer informatie Actualiserings- en samenvoegingsbesluit over de herinvesteringsreserve

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.