Home

Achtergrond 57 x bekeken

Mestleveringen zijn niet aannemelijk gemaakt

Het aanwezig zijn van bescheiden in de administratie van een loonbedrijf en een akkerbouwer over de levering van mest is onvoldoende bewijs dat de mest daadwerkelijk geleverd is. Dat heeft de Rechtbank van Leeuwarden bepaald.

Een akkerbouwer liet volgens de inspecteur van Dienst Regelingen op 15 juni 2001 door een loonbedrijf dierlijke mest uitrijden over zijn land. Uit onderzoek van de administratie door de Algemene Inspectiedienst (AID) blijkt dat het in totaal om vier vrachten mest ging. De AID heeft ook in de administratie van de akkerbouwer afleveringsbewijzen over deze levering aangetroffen. De inspecteur heeft vervolgens naheffingsaanslagen fosfaatheffing opgelegd.

De boer is het hier niet mee eens en gaat in hoger beroep. Hij ontkent dat er de bewuste dag daadwerkelijk mest is aangevoerd. Volgens hem is die fout al eerder gemaakt en hij zegt er met het loonbedrijf contact over te hebben gehad. Daarnaast zegt hij dat hij de afleverbewijzen niet heeft ondertekend.

Volgens de Rechtbank heeft de inspecteur niet aannemelijk kunnen maken dat op 15 juni 2001 daadwerkelijk mest is uitgereden op het bedrijf van de akkerbouwer. Niet bewezen is dat de afleveringsbewijzen zijn ondertekend door de boer of door een door de boer gemachtigd persoon. De Rechtbank gaat ervan uit dat de geplaatste handtekening door een derde geplaatst is. Het aanwezig zijn van bescheiden in de administratie van beide bedrijven doet hier niet aan af.

Meer informatie Volledige uitspraak van de Rechtbank van Leeuwarden

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.