Home

Achtergrond 88 x bekeken

Belastingdienst heeft niet onredelijk gehandeld

De inspecteur van de Belastingsdienst heeft niet onredelijk, dan wel in strijd met het verbod van willekeur, gehandeld door bij het vaststellen van de naheffingsaanslag ervan uit te gaan dat een BV op voorhand heeft afgezien van het verhaal van loon- en premieheffing op de bij haar in dienst zijnde Poolse werknemers. Dat heeft het Gerechtshof van Amsterdam bepaald.

Een Besloten Vennootschap (BV) exploiteerde een uitzendbureau in de agrarische sector. Met twee Polen ging de BV in 1993 een vennootschap onder firma (v.o.f.) aan. De activiteiten van de v.o.f. waren hetzelfde als die van de BV. In de loop van de jaren hadden bijna 600, hoofdzakelijk Poolse, personen als vennoot van de v.o.f. ingeschreven gestaan. Ze werden ingezet voor werkzaamheden in de boomkwekerij.

Naar aanleiding van een boekonderzoek stelde de inspecteur van de Belastingdienst dat alle Polen in dienstbetrekking stonden van de BV. Deze legde vervolgens met omkering van de bewijslast over 1993 tot en met 1998 naheffingsaanslagen loonbelasting op met boeten van 50 procent. De naheffingsaanslagen waren gebruteerd en daarbij was ook het anoniementarief van 60 procent toegepast.

De BV ging hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof van Den Haag. Deze was het niet eens met de toegepaste brutering en verminderde de naheffingsaanslagen. Hiertegen ging de staatssecretaris in cassatie waarna de Hoge Raad de uitspraak vernietigde en doorverwees naar het Gerechtshof van Amsterdam.

Deze besliste tot omkering van de bewijslast omdat de BV de vereiste aangifte(n) niet had gedaan en de BV niet kon bewijzen dat de inspecteur onjuist had gehandeld. Het Hof vond verder dat de naheffingsaanslag op het punt van brutering niet naar willekeur was vastgesteld. Ze acht het niet aannemelijk dat de op de kapitaalrekening van de Polen geboekte resultaten daadwerkelijk tot verhaal van niet- ingehouden en afgedragen loonbelasting hadden gestrekt.

De inspecteur heeft volgens het Hof niet onredelijk gehandeld of in strijd met het verbod op willekeur. De naheffingsaanslag is terecht gebruteerd en de naheffingsaanslag en de boete worden gehandhaafd. De boete wordt alleen verminderd met 10 procent wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Meer informatie Volledige uitspraak van het Gerechtshof van Amsterdam

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.