Home

Achtergrond 171 x bekeken

Aanwending perceel binnen landbouwbedrijf noodzakelijk voor landbouwvrijstelling

De landbouwvrijstelling is niet van toepassing als de grond niet is aangewend binnen het kader van uitoefening van een landbouwbedrijf in eigenlijke zin. Dat heeft het Gerechtshof van Arnhem bepaald.

Een Besloten Vennootschap (BV) exploiteert een bloemenkwekerij en heeft daarvoor een aantal percelen met daarop enkele kassen. Een in 1990 aangeschaft stuk grond heeft de BV vanaf 1991 tot 1997 tegen vergoeding ter beschikking gesteld aan een veehouder. Die heeft op de grond voor eigen gebruik gras geteeld.

De BV heeft datzelfde stuk grond vanaf 1997 verpacht aan de veehouder. De pacht werd begin 2000 beëindigd en in juni van dat jaar is het betreffende perceel verkocht aan een tuinder. De BV claimde vervolgens de landbouwvrijstelling over de bij de verkoop behaalde vervreemdingswinst. Volgens de inspecteur van de belastingdienst is de landbouwvrijstelling in dit geval echter niet toe te passen.

Volgens de wet geldt de landbouwvrijstelling voor waardeverandering van gronden behoudens voorzover deze in de uitoefening van het landbouwbedrijf is ontstaan, of verband houdt met de omstandigheid dat de gronden voortaan of waarschijnlijk binnenkort buiten het kader van het landbouwbedrijf zullen worden aangewend.

De tuinder stelde dat de grond destijds is aangekocht met het oog op toekomstige uitbreiding van de kwekerij. Met de veehouder die de grond in gebruik had was volgens hem de afspraak gemaakt dat deze de grond direct zou afstaan aan de tuinder als deze de grond nodig had ten behoeve van de uitbreidingsplannen.

Het Gerechtshof oordeelt echter dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat het perceel is gekocht met de bedoeling de kwekerij in de toekomst uit te breiden. Ook is het niet aannemelijk dat de grond gebruiksklaar voor de kwekerij werd gemaakt. Niet tijdens de pacht en verhuur door de veehouder en ook niet in de periode na de pacht en voor de verkoop.

Onder de gegeven omstandigheden oordeelt het Hof dat de grond in de periode dat de tuinder er eigenaar van was niet is aangewend binnen het kader van uitoefening van een landbouwbedrijf zoals vereist voor de landbouwvrijstelling. Het beroep hierop is dus dan ook ongegrond.

Meer informatie Volledige uitspraak van het Gerechtshof van Arnhem

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.