Home

Achtergrond 107 x bekeken

Het in eerste instantie afwijzen van waarderingsregels is niet onherroepelijk

Op de waarderingsregels inzake bewoond vastgoed dat van het ondernemingsvermogen naar het privé-vermogen overgaat kan een belastingplichtige zich ook nog beroepen als hij die regels aanvankelijk verworpen heeft. Dat heeft eerst het Gerechtshof van Arnhem en later ook de Hoge Raad bepaald.

Een 49-jarige boer staakte zijn onderneming begin 2000. Hij wilde in de tot de onderneming behorende woning blijven wonen. Om de waarde van de overgang van het ondernemingsvermogen naar het privé-vermogen vast te stellen verzocht hij om een minnelijke waardering van de woning. Hij maakte daarvoor gebruik van een door de Belastingdienst opgesteld formulier ‘Opgaaf informatie Taxatie onroerende zaak’.

Op dit formulier staat de vraag of voor de waarde bewoond akkoord wordt gegaan met een waardering voor de waarde bewoond conform de staffel van 65 procent van de waarde in het economisch verkeer zoals in het besluit van 16 mei 2001 staat. De boer ging hier niet mee akkoord omdat naar zijn mening een percentage van 55 procent moet worden toegepast.

De inspecteur van de belastingdienst ging vervolgens uit van een percentage van 71,5 procent. Daarop gaf de agrariër aan dat hij alsnog van de staffel gebruik wilde maken. De inspecteur van de belastingdienst weigerde dit omdat volgens hem de boer het recht hierop had verspeeld.

De boer was het hier niet mee eens en ging in hoger beroep. Het Gerechtshof gaf hem gelijk. In het besluit van 16 mei 2001 is namelijk vastgesteld dat de daarin opgenomen waarden bewoond kunnen worden toegepast voor alle nog niet onherroepelijke vaststaande aanslagen. Daarvoor is geen akkoordverklaring vooraf vereist. De Hoge Raad gaf in cassatie hetzelfde oordeel.

Meer informatie Volledige uitspraak van de Hoge Raad

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.