Home

Achtergrond 106 x bekeken

Bij renovatie is herziening van voorbelasting niet mogelijk

Een gerenoveerde stal is geen nieuw vervaardigd goed. Daarnaast is het voor de renovatie benutte materiaal ondergeschikt aan de dienst en kan ook dat geen grondslag voor herziening bieden. Dat heeft het Gerechtshof van Arnhem bepaald.

Een melkveehouder heeft een ligboxenstal die tot het jaar 1995/1996 25 meter lang en 27 meter breed was en 83 ligboxen bevatte. In dat boekjaar zijn de uit betonplaten bestaande muren gesloopt, is het dak een meter verhoogd en zijn de spanten en steunpalen doorgezaagd en aan de onderkant verlengd. De muren zijn vervolgens weer opgebouwd met gemetselde baksteen.

De verhoging van het dak heeft de ventilatie sterk verbeterd. De stal is verder over een breedte van 17 meter uitgebreid van 25 tot 38,3 meter lengte. De resterende breedte (10 meter) is met 6,6 meter verlengd.

De boer maakt vervolgens aanspraak op herziening van voorbelasting op grond van artikel 13 van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968. De werkzaamheden hebben volgens hem namelijk geresulteerd in de oplevering van een vervaardigd onroerend goed. Hij is van mening dat de werkzaamheden kunnen worden gezien als een aan hem verleende dienst die recht geeft op herziening.

De melkveehouder stelt verder dat door de werkzaamheden de zelfstandigheid van de stal, zijn functie en zijn uiterlijk zodanig zijn gewijzigd dat een nieuwe stal is ontstaan. De functie is dan misschien niet veranderd, maar de kwantitatieve capaciteit is aanzienlijk vergroot. Kon aanvankelijk niet meer dan 800.000 kilogram melk worden gemolken, na de uitbreiding is dit 1.350.000 kilogram melk. Daarnaast is de indeling van de stal gewijzigd, zijn er een aantal ligboxen verdwenen en zijn de deuren en hekken aangepast.

De inspecteur van de belastingdienst is het hier niet mee eens. De oorspronkelijke ligboxenstal is niet ophouden te bestaan. Hij is dan wel verruimd, maar het uiterlijk is volgens hem nauwelijks anders. Herziening van de belasting acht hij dan ook niet mogelijk. Het Hof van justitie volgt hem hierin. De verbouwingswerkzaamheden zijn niet van dien aard geweest dat daardoor een onroerend goed is ontstaan waarvan de functie aanzienlijk verschilt met de functie die het voorheen had.

De verbouwingswerkzaamheden hebben weliswaar tot betere aanwendingsmogelijkheden geleid, maar die zijn niet veranderd. Daarnaast is het aangebouwde gedeelte niet fysiek af te scheiden en tijdens de verbouwing is de stal gewoon in gebruik geweest voor de melkveehouderijactiviteiten.

Herziening dient slechts plaats te vinden indien het gaat om aftrek van voorbelasting drukkende op de levering van het in het artikel genoemde goederen. Nu de aan de boer geleverde bouwmaterialen zijn opgegaan in de verbouwingsdiensten, en hun zelfstandigheid als bouwmateriaal hebben verloren en aldus op zichzelf geen goederen zijn waarop voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting kan worden afgeschreven, komt de aftrek van voorbelasting die drukt op de goederen evenmin voor herziening in aanmerking.

Meer informatie Volledige uitspraak van het Geerechtshof van Arnhem

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.