Home

Achtergrond 86 x bekeken

Verhouding Natuurbeschermingswet en Flora -en faunawet

Minister Veerman van Landbouw heeft middels een kamerbrief uitleg gegeven over de werkingssfeer van de Natuurbeschermingswet (Nbwet) en de Flora- en faunawet (Ffwet). De onderlinge verhouding van deze wetten en de verhouding met Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn) en internationale verdragen (Biodiversiteitsverdrag, Verdrag van Bern) worden hierin verduidelijkt.

De Nbwet regelt de instandhouding van de aangewezen Natura 2000-gebieden (gebiedsbescherming), de Ffwet regelt de instandhouding en het herstel van wilde dier- en plantensoorten (soortenbescherming). Gebiedsbeschermende maatregelen zijn niet gericht op individuele exemplaren van planten en dieren maar op instandhouding van soorten via behoud en herstel van hun habitats. Bij soortenbescherming daarentegen worden wel maatregelen opgelegd ten aanzien van de bescherming van individuele exemplaren.

Veerman stelt dat de Nederlandse wetgeving geen strengere voorwaarden oplegt dan de richtlijnen en verdragen eisen. Voor soorten die niet op de lijst bij de Habitatrichtlijn voorkomen, maar in Nederland wel zijn beschermd, heeft Nederland een bijzondere verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld omdat deze soorten in Nederland zeldzaam of bedreigd zijn. Slechts voor een heel gering aantal soorten blijkt de aanwijzing niet te berusten op een internationale verplichting.

Gebiedsbescherming en soortenbescherming hangen nauw samen, met name in en rond de Natura 2000-gebieden. Bij de in uitvoering zijnde evaluatie van de natuurwetten (naast de Nbwet en Ffwet ook de Boswet) zal de samenhang van deze wetten een punt van aandacht zijn. De evaluatie zal in de loop van 2007 worden voltooid.

Rob van Woerden, specialist Ruimtelijke Ordening en Milieu van LTO Noord Advies

Meer informatie Brief Veerman op site ministerie van LNV

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.