Home

Achtergrond 114 x bekeken

Slechts 1,5 tot 2 miljoen euro steun voor pluimveesector

De Nederlandse pluimveesector kan slechts 1,5 tot 2 miljoen euro vergoed krijgen in verband met de vogelgriep, de helft door Brussel en de andere helft via cofinanciering. Dat schrijft minister Veerman van Landbouw in antwoord op vragen van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

De sector had 35 miljoen euro gevraagd wat de helft is van de geleden schade van 70 miljoen euro. De minister voert verschillende redenen aan voor het lage steunbedrag. In de Brusselse verordening voor buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt in de pluimveesector is geen steun voorzien voor de pluimveeslachterijen. In het steunplan ging het bedrijfsleven nog uit van een verminderde productie van vleeskuikens van 10 procent, in de referentieperiode (december 2005 tot augustus 2006) is echter gebleken dat de productiedaling circa 5 procent bedraagt.

Steun voor vervroegd geslachte moederdieren is volgens de verordening wanneer de dieren minstens zes weken eerder dan de normale slachttijd zijn geslacht. Nederlandse pluimveehouders gingen uit van minstens twee weken. Tot slot werd er bij de indiening van het Nederlandse steunplan van uitgegaan dat alle niet- ingelegde broedeieren naar de eiproductieindustrie zouden zijn afgezet. Gebleken is echter dat een groot deel is geëxporteerd.

Veerman zal voor de cofinanciering geen middelen van zijn begroting beschikbaar stellen. Hij is van mening dat de pluimveesector het uit eigen collectieve middelen moet opbrengen. De sectoren moeten buitengewone marktomstandigheden zelf kunnen oplossen. Overheidsmiddelen moeten niet met terugwerkende kracht worden ingezet om een marktprobleem te verlichten. Dat levert volgens de minister geen bijdrage aan de verbetering van de structuur en duurzaamheid van de sector.

Meer informatie Bekendmaking op site LNV

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.