Home

Achtergrond 64 x bekeken

Ruimere definitie voor natuurterreinen

De definitie van natuurterreinen wordt verruimd en er komt een nieuwe regeling rond de rangschikking van onroerende zaken. Dat staat in een conceptontwerp voor het Besluit over de wijziging van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 wat door minister Veerman van Landbouw, mede namens minister Zalm van Financiën, naar de Tweede Kamer is gestuurd.

De Natuurschoonwet 1928 biedt fiscale faciliteiten voor eigenaren van onroerend goed die in deze wet als landgoed zijn aangemerkt. Doel hiervan is het landgoed in stand te houden. De fiscale faciliteiten hebben betrekking op het successierecht, het recht van overgang, het schenkingsrecht, de overdrachtsbelasting, de onroerende zaakbelasting, de kapitaalbelasting, de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting.

Wanneer het landgoed fiscaal is opengesteld gelden er extra voordelen met betrekking tot de eerste drie belastingen. Voor de toepassing van die wetten wordt de economische waarde van deze landgoederen op nul gesteld.

De afgelopen jaren is de Natuurschoonwet 1928 tweemaal gewijzigd. Eind 2000 zijn de mogelijkheden om oneigenlijk gebruik van de wet tegen te gaan vergroot. December 2005 zijn een aantal onderdelen gewijzigd die zowel een uitbreiding als een beperking ten opzichte van de wijziging uit 2000 inhielden.

Een uitbreiding omdat de mogelijkheden voor het gebruik van erfpacht als beheersinstrument worden verruimd. Een beperking omdat de gezamenlijke rangschikking van een landgoed slechts mogelijk is wanneer er een aantoonbare historische band aanwezig is van dat perceel met het aangrenzende landgoed.

Meer informatie Wijziging Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.