Home

Achtergrond 70 x bekeken

Proefprocedures activering veldinventaris onder glas

Tussen het landbouwbedrijfsleven en de Belastingdienst zijn afspraken gemaakt omtrent de activering van veldinventaris. Deze afspraken zijn neergelegd in de Landelijke landbouwnormen. Een onderdeel van deze afspraken was dat een tweetal proefprocedures werden opgestart, met als doel duidelijkheid te verkrijgen of sprake is van een algemene activeringsplicht voor overdekte teelten. Deze proefprocedures zijn inmiddels door het Gerechtshof van Den Haag behandeld, maar de Hoge Raad moet in hoger beroep nog een oordeel geven.

Het al dan niet activeren van veldinventaris heeft grote financiële consequenties. Afhankelijk van de grootte van het bedrijf betreft de activeringsplicht veelal honderdduizenden euro’s. De vraag of wel of niet geactiveerd dient te worden is overigens slechts een kwestie van toerekening van kosten en opbrengsten aan het juiste jaar en heeft uiteindelijk geen effect op de totaalwinst van de onderneming. Wel worden er door de activering kosten niet meer direct in het jaar zelf ten laste van de winst gebracht. Indien de rechter besluit dat er een activeringsplicht is heeft dit als consequentie dat een (fors) financieringsnadeel optreedt.

Moeten tomatenplanten bijvoorbeeld op de balans per 31 december en 1 januari geactiveerd worden? Indien dit verplicht is, dan leidt deze eenmalige verplichte activering tot een beperking van de kostenaftrek in het betreffende jaar. Indien ondernemers aanhaken bij de proefprocedures, kunnen zij gebruik maken van een ingroeiregeling gedurende een periode van vier jaar.

De uitgaven die betrekking hebben op de planten en die al dan niet geactiveerd dienen te worden zijn onder meer het plantmateriaal, de arbeidskosten die zien op het planten van het gewas, de verwarming, electra en water in de betreffende periode, de meststoffen en gewasbescherming, het stomen van substraatmateriaal, het groeimedium, de loopfolie, touw-, bind- en steunmateriaal, een deel van de kosten van afschrijving van installaties die direct dienstbaar zijn aan de teelt.

Inmiddels hebben de beide beroepsprocedures geleid tot twee identieke uitspraken van het Hof ’s-Gravenhage van 11 juli 2006, nummers BK 04/04418 en BK 05/00181. In beide procedures heeft het Hof het beroep ongegrond verklaard en de belastingdienst in het gelijk gesteld. De betreffende tuinders, een tomatenkweker en een chrysantenkweker, hebben cassatie ingesteld zodat de Hoge Raad uiteindelijk zijn oordeel nog zal geven.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost))

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.