Home

Achtergrond 71 x bekeken

Primaire beschikking van belang voor artikel 26a van de WOZ

Artikel 26a van de wet WOZ moet worden toegepast ten aanzien van de door de heffingsambtenaar vastgestelde waarde bij de primaire beschikking en niet de waarde die in de uitspraak op bezwaar is vastgesteld. Dat heeft de Rechtbank van Haarlem bepaald.

De heffingsambtenaar van de gemeente Haarlemmermeer heeft de waarde van een woning, voor het tijdvlak 2005-2006, vastgesteld op 396.000 euro. De eigenaar van de woning maakte hiertegen bezwaar. Volgens hem is deze waarde namelijk te hoog.

De heffingsambtenaar verminderde vervolgens de waarde tot 360.000 euro. Hij onderbouwde dit door de woning te vergelijken met vier min of meer vergelijkbare objecten. Maar volgens de woningbezitter is het bedrag nog steeds te hoog. Dit omdat volgens hem de inhoud van de woning niet juist is berekend.

De gemeente Haarlemmermeer heeft vervolgens naar aanleiding van het beroepsschrift een taxatie laten verrichten. De taxateur concludeert dat de woning 349.000 euro waard is. De rechtbank volgt deze waarde. Het is dan de vraag of het beroep ongegrond moet worden verklaard gelet op de wet WOZ omdat de juist geachte waarde niet meer dan 4 procent afwijkt van de door Haarlemmermeer gestelde waarde.

Volgens de rechtbank moet artikel 26a van de WOZ worden toegepast ten aanzien van de vastgestelde waarde bij de primaire beschikking en niet ten aanzien van de waarde die in de uitspraak op bezwaar is vastgesteld. Aangezien de juiste waarde van 349.000 euro meer dan 4 procent afwijkt van 396.000 euro is het beroep gegrond.

Meer informatie Volledige uitspraak van de rechtbank van Haarlem

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.