Home

Achtergrond 192 x bekeken

Lijfrente kan niet worden bedongen

Een lijfrenteovereenkomst leidt voor de inkomstenbelasting niet tot aftrek als de onderneming ten tijde van de inbreng reeds gedeeltelijk was verkocht. Ook kunnen lijfrentepremies niet in aftrek komen als alsnog een lijfrente bij een professionele verzekeraar wordt gekocht. Dat heeft de Rechtbank van Breda bepaald.

Een boer exploiteerde samen met zijn vrouw in maatschapverband een agrarisch bedrijf. Dat bedrijf bestond begin 2000 uit het houden van melkvee, mestvee en het drijven van een minicamping. In juni van dat jaar zijn ze tot staking van het melkveegedeelte van het bedrijf overgegaan. Ze verkochten het melkquotum voor 590.883,56 euro. De levering vond echter pas later plaats. Op 21 december 2000 verkochten ze de bijbehorende grond.

Op 14 augustus 2000 sloot het echtpaar een voorovereenkomst ter oprichting van een BV en vanaf die datum wordt het bedrijf voor rekening en risico van de BV gedreven. De BV is op 14 februari van 2001 tot stand gekomen en de inbreng van het bedrijf vond ruisend plaats. Voor de met het melkquotum behaalde winst had het echtpaar met de BV een lijfrenteovereenkomst gesloten. Het echtpaar wilde namelijk voor een deel van de winst lijfrente bedingen bij de BV en de lijfrentepremie aftrekken.

Op grond van de Wet IB 1964 is de lijfrentepremie aftrekbaar mits de lijfrente bij de BV is bedongen als tegenprestatie voor de overdracht van een onderneming of een gedeelte van een onderneming door belanghebbende. Lijfrenten zijn niet bedongen als tegenprestatie voor de overdracht van een onderneming indien nog voordat overdracht aan de BV kan plaatsvinden deze aan derde is verkocht.

Het moment waarop de beoordeling dient plaats te vinden is het moment waarop de lijfrente wordt bedongen. Dat is in dit geval 14 februari 2001. Aangezien het melkquotum op dat moment reeds aan een derde was verkocht, kan de lijfrente niet meer als tegenprestatie voor het melkquotum worden aangemerkt.

De boer was er ten onrechte vanuit gegaan dat het relevant zou zijn dat de verkoop van het melkquotum niet aangemerkt dient te worden als een gedeeltelijke staking maar als de normale verkoop van een bedrijfsmiddel. Van belang is slechts of de lijfrentepremie is bedongen als tegenprestatie voor de overdracht van een (deel van een) onderneming. Het gaat er derhalve om wat er door de BV is verkregen en daar behoort het melkquotum in dit geval niet toe.

Meer informatie De volledige uitspraak van de Rechtbank van Breda

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.