Home

Achtergrond 69 x bekeken

Fiscale regels belemmeren bedrijfsverplaatsingen

De vaak in beginsel vrijwillige verkoop van een bedrijf wordt in fiscale zin niet gezien als een direct gevolg van overheidsingrijpen. Dat is de reden dat bedrijfsverplaatsingen in reconstructiegebieden moeilijker van de grond komen. Dat schrijft minister Veerman van Landbouw in antwoord op Kamervragen van Tweede Kamerleden Rouvoet en Slob van de Christen Unie.

Het gevolg hiervan is dat de winst op de verkoop van bedrijven wordt belast en niet beschikbaar is om in het bedrijf te investeren. Veerman stelt dat de fiscus alleen onteigening en maatregelen die de overheid neemt om een bedrijfstal te herstructureren als een vorm van overheidsingrijpen ziet waarbij een bedrijf niet hoeft af te rekenen over de winst.

Voorkomen dat de winst wordt belast is mogelijk door gebruik te maken van de verruimde herinvesteringsreserve (HIR). Hiervoor is echter een door de overheid per algemene maatregel van bestuur (amvb) aangewezen regeling nodig. Sinds 1 januari 2001 moet de Nederlandse overheid zelf regelingen aanwijzen waarop de fiscale doorschuifcapaciteit toegepast kan worden en dit bij de Europese Commissie aanmelden. Zo’n melding kost volgens de landbouwminister echter veel voorbereiding en overleg met de Commissie voorafgaand aan de melding.

De verruimde herinvesteringsreserve (HIR) zou onder meer moeten gelden voor de opkoopregeling voor de intensieve veehouderij (RBV). De Europese Commissie heeft in een beschikking van januari van dit jaar over toepassing van de fiscale doorschuifcapaciteit met betrekking de RBV geconcludeerd dat deze toepassing aangemerkt moet worden als staatssteun. Er is wel toestemming gegeven voor deze staatssteun met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001.

De ontwerp amvb waarin ook de RBV wordt aangewezen bevat in totaal 8 regelingen op het gebied van herstructurering binnen de land- en tuinbouw. Nu gebleken is de Europese Commissie de toepassing van de fiscale doorschuifcapaciteit tot staatssteun beschouwd, zullen de overige regelingen op korte termijn als afzonderlijke steunmaatregelen ter goedkeuring worden aangemeld.

Veerman dacht dat er met betrekking tot de RBV geen sprake was van staatssteun. Als de Europese Commissie dit standpunt had gedeeld dan was er ook geen aanmelding van de overige dossiers nodig. Daarom heeft hij voor het aanmelden eerst het standpunt van de Commissie afgewacht. De minister denkt dat de behandeling nu snel kan gaan omdat de Commissie inmiddels bekend is met de werking van het instrument fiscale doorschuifcapaciteit.

De Hoge Raad heeft in 2004 in een arrest beslist dat onder overheidsingrijpen in de zin van voormeld besluit moet worden verstaan: een overheidsingrijpen dat belet aanpassingen in de bedrijfsvoering door te voeren waardoor op termijn een beëindiging van het bedrijf onafwendbaar wordt. Een dergelijke uitbreiding stond de overheid niet voor ogen bij de behandeling van de Wet IB 2001. Minister Veerman is van plan dat standpunt in een binnenkort te verschijnen beleidsbesluit op te nemen.

Lees ook Kamervragen toepassing herinvesteringsreserve
Meer informatie Beantwoording vragen Christen Unie op site ministerie van LNV

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.