Home

Achtergrond 138 x bekeken

Bij economisch eigendom is sprake van splitsing tussen macht en belang

Ook al heeft de zoon bij de inbreng van de persoonlijke onderneming van de moeder in de maatschap slechts het recht verkregen van één procent van de toekomstige stille reserves, als hij het belang heeft gekregen over de onverdeelde helft van de boekwaarde, moet hij ook overdrachtsbelasting betalen over de helft van de onroerende zaak. Dat heeft de Rechtbank van Arnhem bepaald.

Een moeder en zoon hebben samen sinds 1999 in maatschapverband een melkveebedrijf. De moeder heeft daarvoor 1 januari 2004 het economisch eigendom van haar persoonlijke onderneming ingebracht. Daarvoor was alleen het gebruik en genot van de tot die onderneming behorende onroerende zaken en productierechten ingebracht.

De zoon deed vervolgens aangifte voor de overdrachtsbelasting van één procent van de economische eigendom van de onroerende zaak. Volgens hem is hierbij bepalend dat hij voor wat betreft de onroerende zaak het recht op één procent van de toekomstige stille reserves heeft verkregen. De overeengekomen winstverdeling van ieder 50 procent is volgens hem hierbij niet van belang.

De rechtbank oordeelt echter dat dit niet juist is. Zij is van mening dat de inspecteur van de Belastingdienst terecht heeft geheven over de helft van de waarde van de onroerende zaak. De zoon heeft als gevolg van de inbreng immers belang gekregen bij de onverdeelde helft van de boekwaarde van de onroerende zaak ten tijde van de inbreng. Hierbij hoeft geen rekening gehouden te worden met de beperkingen in beschikkingsmacht als gevolg van het ontbreken van het juridische eigendom.

Meer informatie Volledige uitspraak van de rechtbank van Arnhem

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.