Home

Achtergrond 131 x bekeken

Verhuurde bedrijfswoning van belang voor stankhinder

Een bedrijfswoning die niet meer als zodanig in gebruik is, wordt voor de Richtlijn veehouderij en stankhinder niet tot de inrichting gerekend. Het huis heeft slechts een kleine betrokkenheid bij het bedrijf.

Dat blijkt uit een uitspraak van de Raad van State. De gemeente Eersel had een vergunning verleend aan een varkenshouderij die wilde uitbreiden. Ondermeer een dierenorganisatie had daar bezwaar tegen gemaakt. Eén van de kritiekpunten was dat het college van burgemeester en wethouders van Eersel de tweede bedrijfswoning niet hadden meegerekend bij de beoordeling van eventuele stankhinder.

Volgens de gemeente was dat ook niet nodig. De Raad is het daar niet mee eens. Hoewel de woning eigendom is van de varkenshouder, wordt deze niet meer als zodanig gebruikt. Het huis is al sinds twintig jaar verhuurd aan derden die nauwelijks enige bemoeienis met het bedrijf hebben. Zij houden alleen bij gelegenheid een oogje in het zeil, maar krijgen daarvoor niet betaald.

Omdat er dus sprake is van slechts een heel geringe betrokkenheid bij het bedrijf, vindt de Raad dat de woning niet tot de inrichting gerekend kan worden. De gemeente heeft deze dan ook ten onrechte buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van de stankhinder.

Meer informatie Uitspraak van de Raad van State

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.