Home

Achtergrond 123 x bekeken

Oude en nieuwe stallen vormen één bedrijf voor IPPC

Een varkensbedrijf dat stallen bijbouwt om te kunnen uitbreiden en daarmee de 750 zeugen overschrijdt, valt in zijn geheel onder de IPPC-richtlijn. Dat blijkt uit een uitspraak van de Raad van State.

De varkenshouder kreeg eind 2004 een milieuvergunning voor de uitbreiding van haar bedrijf. Deze had betrekking op 358 kraamzeugen, 1.225 guste en dragende zeugen, 4 dekberen, 790 opfokzeugen en 4.800 biggen. Daarmee kwam het bedrijf onder de invloedssfeer van de Europese IPPC-richtlijn voor geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging.

Die richtlijn schrijft voor dat een vergunninghouder de best beschikbare technieken moet toepassen om verontreiniging van het milieu zoveel mogelijk te beperken. Centraal in deze zaak bij de Raad van State stond de vraag of alleen de nieuwe stallen daaraan moeten voldoen, wat het standpunt is van de varkenshouder, of het gehele bedrijf.

De Raad van State vindt dat laatste. Volgens de Raad gaat het om één vaste technische eenheid waarin activiteiten plaatsvinden die allemaal verband houden met de kerntaak van het bedrijf: het houden van meer dan 750 zeugen.

Voor de vraag vanaf welke datum het bedrijf aan de regels van de IPPC-richtlijn moet voldoen, was verder nog van belang of er sprake is van een bestaande of een nieuwe inrichting. Ook op dit punt oordeelde de Raad van State in het nadeel van de varkenshouder. Omdat de oude situatie de drempelwaarde van 750 zeugen niet werd gehaald, gaat het nu om een nieuwe installatie. De varkenshouder moet daarom in plaats van pas in 2007 per direct aan de eisen van de IPPC-richtlijn voldoen.

Lees ook Dierwelzijn niet van belang voor IPPC en Wav
Lees ook IPPC-vergunning toetsen aan actualiteit
Meer informatie Uitspraak van de Raad van State

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.