Home

Achtergrond 1956 x bekeken

Inbreng onroerend goed in maatschap gemakkelijker

Naar aanleiding van vragen van de Tweede Kamer heeft staatssecretaris Wijn van Financiën de regels voor het inbrengen van onroerend goed in een maatschap versoepeld. Functieloze activa en passiva kunnen voortaan buiten de inbreng blijven.

De maatschap is in de agrarische sector een veel voorkomend fenomeen. Vooral in het geval dat op termijn opvolging plaats zal vinden van ouders door kinderen, wordt vaak een maatschap tussen partijen aangegaan. Nu beschikt nagenoeg ieder agrarisch bedrijf beschikt over onroerend goed. Als dat in de maatschap wordt ingebracht is overdrachtsbelasting verschuldigd. Dat is een kostbare zaak, omdat in dat geval 6 procent van de waarde van de ingebrachte goederen aan overdrachtsbelasting verschuldigd is.

Gelukkig bestaat er voor deze situatie een belangrijke vrijstelling. Als gevolg van deze vrijstelling (om precies te zijn art. 15, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer) kan onroerend goed zonder overdrachtsbelasting worden verkregen bij de inbreng van een onderneming in een personen- of kapitaalvennootschap. Belangrijk is dat de vrijstelling slechts van toepassing is indien alle tot het ondernemingsvermogen behorende activa en passiva worden ingebracht. Deze voorwaarde levert in de praktijk moeilijkheden op.

Vragen van Kamerleden hebben ertoe geleid dat staatssecretaris Wijn de regels heeft versoepeld. In de eerste plaats is door de staatssecretaris goedgekeurd dat functieloze activa of passiva buiten de inbreng kunnen blijven. Gedacht kan worden aan een stal die vroeger gebruikt werd in de dagelijkse bedrijfsvoering, maar die nu al lang leeg staat of enkel voor privé-doeleinden van de ondernemer wordt gebruikt. In twijfelgevallen moet de ondernemer met de Belastingdienst overleggen of iets als functieloos aangemerkt kan worden. Het is gevaarlijk om hiervan al te snel uit te gaan. Als later blijkt dat fiscus hier anders over denkt, verspeelt de boer of tuinder de hele vrijstelling.

Een tweede versoepeling betreft in inbreng van het juridische en economische eigendom. Tot nu toe werd door de Belastingdienst het standpunt ingenomen dat zowel het juridische- als het economische eigendom moeten worden ingebracht om de vrijstelling te verkrijgen. Dat is niet langer het geval. Als de onderneming maar kan blijven beschikken over het betreffende actief, bijvoorbeeld onroerend goed, en daarmee de onderneming als zodanig kan worden voortgezet kan worden volstaan met inbreng van de economische eigendom.

Daarbij moet wel opgemerkt worden dat indien later alsnog de juridische eigendom van die onroerende zaak in de onderneming wordt ingebracht, dit leidt tot heffing van overdrachtsbelasting. Er wordt dan namelijk geen onderneming met bijbehorende onroerende zaken ingebracht, maar alleen een los vermogensbestanddeel.

De hiervoor genoemde veranderingen werken terug tot en met 26 september 2005. De Belastingdienst kan op verzoek teruggaaf of vermindering van overdrachtsbelasting verlenen indien de aanslag overdrachtsbelasting op of na 26 september 2005 onherroepelijk is komen vast te staan. Er wordt niet teruggekomen op aanslagen die al vóór 26 september 2005 onherroepelijk zijn komen vast te staan.

S.F.J.J. Schenk (Gibo Accountants en Adviseurs)

Lees ook Oplossing voor knellende crediteringseis overdrachtbelasting
Lees ook Vrijstelling overdachtsbelasting bij overname door broer of zus
Naslag Overdrachtsbelasting
Meer informatie Besluit van staatssecretaris Wijn

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.