Home

Achtergrond 117 x bekeken

Meer mogelijkheden met durfkapitaal

Durfkapitaal hoeft niet meer per se gebruikt te worden voor de aanschaf van bedrijfsmiddelen. Ondernemers mogen er ook andere doelen mee financieren. Dat heeft staatssecretaris Wijn van Financiën bepaald.

De durfkapitaalregeling komt er in het kort op neer dat door een particulier aan startende ondernemers een achtergestelde lening wordt verstrekt. Dat komt in de agrarische sector vaak voor. In het geval van bedrijfsopvolging verstrekken ouders bijna altijd een dergelijke leningen aan de overnemende zoon of dochter.

De rente op deze lening mag maximaal de wettelijke rente bedragen, momenteel dus 4 %. De ondernemer kan op deze wijze betrekkelijk goedkoop aan kapitaal komen. De geldverstrekker wordt beloond met een extra vrijstelling in box 3. Dat bespaart dus jaarlijks 1,2 % inkomstenbelasting over de verstrekte hoofdsom. Bovendien krijgt hij nog een extra belastingaftrek van 1,3 % van de lening. Gaat het met de ondernemer mis en is verloren, levert dit verlies verder een fiscale aftrekpost op.

Aanvankelijk kon durfkapitaal slechts verstrekt worden aan natuurlijke personen. Sinds enkele jaren kan ook een startende BV durfkapitaal lenen. De staatssecretaris heeft nu goedgekeurd dat van een startende BV ook sprake is indien de huidige aandeelhouder meer dan acht jaar geleden slechts een zeer gering belang (minder dan 5 %) in deze BV heeft gehad. Deze wijziging voor de agrarische sector niet van heel groot belang. Het BV gebruik is daar beperkt tot ongeveer 3 % van alle ondernemers.

Wel van groot belang is de toezegging dat de lening niet meer gebruikt hoeft te worden voor de aanschaf van bedrijfsmiddelen, zoals een trekker of vee. Durfkapitaal mag ook gebruikt gaan worden voor financiering van de lopende uitgaven van de onderneming, zoals salaris, rente, huur of pacht. De ondernemer krijgt op deze wijze meer vrijheid bij zijn financieringen. Bij een BV mag echter het salaris van de directeur grootaandeelhouder niet met de lening betaald worden.

Belangrijk is verder dat ondernemers iets meer tijd krijgt om leningen aan starters te verstrekken. Tot zes maanden na het jaar waarin de ondernemer starter af is, kan durfkapitaal verstrekt worden. Dit kan van belang zijn als een onderneming wordt overgenomen door een kind dat al geruime tijd bij de ouders in de maatschap zat en daarna alleen verdergaat. Van belang is ook dat de staatssecretaris heeft aangegeven dat durfkapitaal niet in rekening courant kan worden verstrekt. Het hele bedrag van de lening moet ineens verstrekt worden en voor zover het niet onmiddellijk wordt opgemaakt, moet het volledig ter beschikking staan van de ondernemer.

Als de geldverstrekker overlijdt, blijft de lening met bijbehorende fiscale faciliteiten gewoon bestaan. De nieuwe geldverstrekkers moeten echter wel voldoen aan de wettelijke vereisten. Dat kan problemen opleveren als een lening (deels) vererft naar de partner van de ondernemer. Tussen partners kan namelijk geen durfkapitaal verstrekt worden. In dit geval is het slimmer om – als dat mogelijk is – de lening te laten vererven naar een mede-erfgenaam van de betreffende partner/erfgenaam. In de praktijk zal dat doorgaans de broer of zus van de partner zijn (en dus de schoonzus of zwager van de ondernemer).

Mr. S.F.J.J. Schenk (Gibo Accountants en Adviseurs)

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.