Home

Achtergrond 89 x bekeken

Nieuwe normbedragen gelden voor meer sectoren

Houders van onder meer witvleeskalveren, schapen, nertsen en konijnen krijgen voortaan ook te maken met normbedragen voor de berekening van de voortzettingswaarde. Dat blijkt uit het overzicht met de nieuwe normen dat staatssecretaris Wijn van Financiën deze week heeft gepubliceerd.

Voor de berekening van de voortzettingswaarde kan de zogeheten Discounted Cash Flow methodiek worden gebruikt. Daarvoor moet eerst de contante waarde van de kasstromen gedurende vijftien jaar worden berekend. Vervolgens wordt daar de restwaarde van de tot de onderneming behorende vermogensbestanddelen bij opgeteld, met uitzondering van de schulden.

De normen die in dit model gebruikt worden, maakt de staatssecretaris van Financiën jaarlijks bekend. Hierbij sluit hij zoveel mogelijk aan bij de bedragen uit het praktijkboeken Kwantitatieve Informatie Veehouderij en Kwantitatieve Informatie Akkerbouw, de zogeheten KWIN-gegevens.

Houders van melkvee, zeugen en vleesvarkens werkten daar al mee. Dat geldt ook voor akkerbouwers. Zij mogen alleen in uitzonderlijke situaties van de gestelde normen afwijken. Welke dat zijn, is onduidelijk.

Voor de tuinbouw en de biologische sector bestaan geen normbedragen. Ondernemers in die sectoren moeten de kasstroom per onderdeel worden vastgesteld. Dat geldt ook voor bedrijven met nevenactiviteiten.

Om de voortzettingswaarde te berekenen, kunnen ondernemers en boekhoudkantoren gebruik maken van een rekenmodule. Deze is sinds kort ook beschikbaar op de website van de Belastingdienst.

Lees ook Rekenmodule voorzettingswaarde op internet
Meer informatie De agrarische normbedragen

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.