Home

Achtergrond 698 x bekeken

Zes maanden mestopslag verplicht

Bedrijven moeten vanaf dit jaar voldoende opslagcapaciteit hebben om de periode van september tot en met februari te overbruggen. Het besluit daartoe is vandaag (1 juli) in werking getreden. Onder een aantal omstandigheden hoeft een bedrijf geen opslag te hebben, onder andere als er voor 1 september afzetmogelijkheden zijn bij derden.

De benodigde opslagcapaciteit wordt berekend op basis van de stalcapaciteit en een norm per diercategorie. Indien een veehouder van mening is dat zijn mestproductie lager is, moet hij zelf met bewijsstukken aantonen dat de normen niet van toepassing zijn. Opslagruimten tellen mee als ze voldoen aan de eisen van de Wet Milieubeheer. Als opslag gelden putten, maar ook mestsilo’s, foliebasins of een dichte plaat voor vaste mest. Vaste mestopslagen elders mogen worden meegeteld als er een regulier pachtcontract aanwezig is.

Er zijn vier mogelijkheden om af te wijken van de benodigde capaciteit. Er is geen opslag nodig voor de hoeveelheid mest die op een verantwoorde manier niet meer aanwezig is. Bijvoorbeeld door afvoeren naar een ander bedrijf of intermediair of de mest te verwerken. Er moet dan voor 1 september een overeenkomst met de afnemer zijn gesloten. Ook kan het bedrijf zelf een deel exporteren, vergassen of verbranden.

De tweede uitzondering betreft bedrijven die bouwland of braakland op klei- en veengrond hebben. In het kader van BGM mogen deze bedrijven van september tot en met januari mest uitrijden. Overigens wordt deze mogelijkheid de komende jaren steeds verder ingeperkt. Deze veehouders moeten dus een steeds grotere opslag hebben.

De derde reden om minder opslag te hebben is als van september tot en met februari minder mest wordt geproduceerd omdat de capaciteit kleiner is dan de milieuvergunning, bijvoorbeeld tijdens een verbouwing. Ook dit moet voor1 september worden gemeld.

De vierde uitzondering betreft de situatie dat in de periode structureel minder dieren worden gehouden. Het tijdelijk hebben van minder dieren om economische redenen is geen argument. Als de markt aantrekt kan de stal weer snel vol liggen, verwacht de wetgever.

Overigens verwacht het ministerie geen grote problemen, aangezien 95 procent van de veehouders al voldoende opslagcapaciteit heeft. Met name vleeskuikenhouders en vleeskalverhouders hebben op bedrijfsniveau nauwelijks opslag. Deze moeten dus voor 1 september aangeven waar de mest blijft (in de stal en afgevoerd aan een verwerker).

Meer informatie Besluit opslagcapaciteit

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.