Home

Achtergrond 205 x bekeken

Geen vrijstelling schenkingsrecht voor kwijtschelding ná bedrijfsoverdracht

De kwijtscheldingsregeling bij bedrijfsoverdracht is niet van toepassing als er geen nauw verband bestaat tussen de formele overdracht en de kwijtschelding. Dat oordeelde het Hof van Arnhem in een zaak tussen vader, zoon en de fiscus waarin de restschuld enkele jaren na de bedrijfsoverdracht is kwijtgescholden.

Vader en zijn zoon dreven een agrarische onderneming in de vorm van een CV. In een onderhandse akte van 3 februari 1993 was vastgelegd dat vader zijn werkzaamheden per 1 januari 1997 zou beëindigen en de onroerende zaken (waarvan hij eigenaar was en het economische belang had ingebracht) zou verkopen en leveren aan zoon als voortzetter van het bedrijf. De bedrijfsoverdracht werd op 15 augustus 1997 geformaliseerd. Van de totale door zoon verschuldigde koopsom, schold vader een deel kwijt.

Ten aanzien van het resterende deel van de koopsom gingen vader en zoon een overeenkomst van schuldvernieuwing aan. Op dit restant moest zoon vanaf januari 1998 elk jaar 5 procent van de hoofdsom aflossen, waarbij het restant uiteindelijk op 1 januari 2003 ineens en in zijn geheel moest zijn terugbetaald. Vader schold de restantschuld kwijt op 6 januari 1998. De belastingdienst achtte de kwijtscheldingsregeling bij bedrijfsopvolging van artikel 26, lid 3, inv. niet van toepassing met betrekking tot de kwijtschelding van de restantschuld. Zoon ging in beroep.

Het Hof in Arnhem was het met de fiscus eens dat de kwijtscheldingsfaciliteit niet gold voor de tweede schenking van 6 januari 1998. Volgens het Hof ontbrak het voor deze faciliteit vereiste nauwe verband tussen de formele bedrijfsoverdracht op 15 augustus 1997 en de kwijtschelding op 6 januari 1998 van de ter zake van die overdracht aangegane schuld. Het Hof verklaarde het beroep van zoon ongegrond.

Meer informatie Uitspraak Hof Arnhem

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.