Home

Achtergrond 277 x bekeken

Aansprakelijkheid bij schending voorkeursrecht

Een gemeente die schade lijdt als ze in het kader van een locatie-ontwikkeling een perceel grond niet in handen heeft, kan die niet verhalen op de eigenaar die eerder het op die grond rustende gemeentelijk voorkeursrecht heeft geschonden. Dat blijkt uit een uitspraak van de rechtbank van Arnhem.

Als op een perceel grond een voorkeursrecht rust, heeft de eigenaar als hij die grond wil verkopen, een aanbiedingsplicht tegenover de gemeente. Sluit hij met een derde een overeenkomst, dan kan de gemeente de rechtbank verzoeken die overeenkomst nietig te verklaren.

Nietigverklaring volgt als de rechtbank van oordeel is dat de overeenkomst is aangegaan met de kennelijke bedoeling om het gemeentelijk voorkeursrecht te frustreren. Een dergelijke nietigverklaring heeft echter niet tot gevolg dat de eigenaar vervolgens verplicht is zijn grond aan de gemeente te verkopen. Het gemeentelijk voorkeursrecht impliceert immers slechts een aanbiedingsplicht indien hij vrijwillig besluit zijn grond te verkopen. Wil hij niet aan de gemeente verkopen dan kan hij daar niet toe verplicht worden.

Heeft de gemeente het perceel dringend nodig, bijvoorbeeld met het oog op een locatie-ontwikkeling, dan zal zij moeten onteigenen. Als de gemeente echter nalaat tijdig een onteigening in gang te zetten, kan dat schade in de vorm van vertraging in het tempo van de voorgenomen ontwikkeling en extra kosten tot gevolg hebben. Kan de gemeente die schade dan op de eigenaar verhalen omdat deze onrechtmatig tegenover de gemeente zou hebben gehandeld door te weigeren zijn grond aan de gemeente te verkopen nadat de rechter eerder een overeenkomst met betrekking tot die grond, waardoor het gemeentelijk voorkeursrecht werd genegeerd, nietig had verklaard? Die niet eerder in de rechtspraak besliste vraag is onlangs door de rechtbank Arnhem ontkennend beantwoord.

De rechtbank stelde voorop dat de eigenaar onrechtmatig had gehandeld door ondanks het gemeentelijk voorkeursrecht de grond aan een derde te verkopen. Maar dat betekent niet, aldus de rechtbank, dat de grondeigenaar verplicht is aan de gemeente te verkopen. De schade waarvan de gemeente vergoeding kan vorderen in verband met het negeren van haar voorkeursrecht is dan ook beperkt tot de schade die voortvloeit uit het feit dat zij een nietigverklaringsprocedure heeft moeten aanspannen.

Toen de rechtbank de desbetreffende overeenkomst nietig verklaarde, heeft zij de grondeigenaar in de proceskosten veroordeeld. Volgens vaste rechtspraak is er daarnaast geen ruimte voor een afzonderlijke veroordeling van de in het ongelijk gestelde partij tot vergoeding van de werkelijke kosten die de wederpartij wegens die procedure heeft gemaakt. De door de gemeente gestelde vertragingsschade kan niet worden aangemerkt als schade die verband houdt met het feit dat de grondeigenaar het voorkeursrecht heeft genegeerd. Omdat de gemeente derhalve geen belang had bij haar vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, wees de rechtbank de vordering af.

Dit vonnis markeert nog eens helder het onderscheid tussen het gemeentelijk voorkeursrecht als passief instrument van gemeentelijk grondbeleid enerzijds, en de onteigening als actief grondverwervingsinstrument anderzijds. De eigenaar die zijn grond niet aan de voorkeursgerechtigde gemeente wil verkopen, kan niet op grond van dat voorkeursrecht worden gedwongen zijn grond aan de gemeente in eigendom over te dragen. Loopt de gemeente vertraging op bij de ontwikkeling van de locatie doordat zij het ontbrekende perceel grond niet tijdig door middel van onteigening heeft verworven, dan kan zij de desbetreffende schade niet op de “onwillige” grondeigenaar verhalen.

Mr. R.J. Lucassen (CMS Derks Star Busmann)

Meer informatie Uitspraak rechtbank Arnhem

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.