Home

Achtergrond 74 x bekeken

Schadebestrijding door provincie mag alleen met mate

Boeren die gewasschade ondervinden van dieren, kunnen niet onmiddellijk een beroep doen op de ruime bestrijdingsmogelijkheden die provincies bieden. Dat kan pas als de landelijke vrijstellingslijst niet toereikend is.

Dat blijkt uit uitleg van minister Veerman (LNV) over een voorgestelde wijziging van de Flora- en Faunawet (FFW). De Tweede Kamer vraagt zich af hoe de verschillende opties die de wet biedt voor schadebestrijding zich tot elkaar verhouden.

De minister vindt dat agrariërs eerst moeten kijken naar de praktische mogelijkheden die zijn opgenomen in artikel 65 van de FFW. Daarin staat dat de grondgebruiker veel voorkomende dieren die schade aanbrengen op zijn percelen mag verjagen of doden

In sommige gevallen is dat niet toereikend. Zo mag een teler houtduiven die zich ophouden in een boom op een perceel naast zijn eigen grond niet opzettelijk verontrusten. In dergelijke gevallen kunnen gedeputeerde staten artikel 68 van de wet toepassen. Die staat een meer planmatige aanpak toe.

Veelal gebeurt schadebestrijding op basis van dat artikel door het toestaan van jacht op soorten. In het voorbeeld van de houtduiven kan zo een ontheffing verleend worden om afschot te plegen op de dieren langs de gehele trekroute. De provincie heeft daarbij toegang tot alle gronden zonder dat toestemming van de eigenaar nodig is.

Ook in de zogeheten Algemene Maatregel van Bestuur artikel 75 is de mogelijkheid opgenomen voor vrijstelling van het verbod op verjagen of doden van dieren. Dit artikel is van toepassing op de werkzaamheden van agrariërs. Artikel 65 gaat over schadebestrijding.

Lees ook Vrijstelling in plaats van ontheffing onder nieuwe Flora- en Faunawet
Meer informatie Nota naar aanleiding van overleg
Meer informatie Nota van wijziging

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.