Home

Achtergrond 135 x bekeken

Stevige onderbouwing keuze BBT vereist

IPPC-bedrijven moeten een combinatie van maatregelen toepassen waarmee de hoogst haalbare bescherming van het milieu wordt bereikt. Het is niet voldoende dat zij een willekeurige ‘best beschikbare techniek’ (BBT) kiezen.

Dat blijkt uit een voorstel tot wijziging van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Ivb). Donderdag heeft staatssecretaris Van Geel (Milieu) het ontwerp naar de Tweede en Eerste Kamer gestuurd.

De wijziging is noodzakelijk voor de implementatie van de Europese IPPC-richtlijn (geïntegreerde preventie en bestijding van verontreiniging). De richtlijn schrijft voor dat grote varkens- en pluimveehouderijen een vergunning moeten hebben die ‘een hoog niveau van bescherming van het milieu’ garandeert. Daarbij geldt de stelregel dat ondernemers de ‘best beschikbare technieken’ toepassen. Voor bestaande bedrijven gelden de IPPC-eisen vanaf 31 oktober 2007. Nieuwe inrichtingen worden sinds 1999 al aan deze richtlijn worden getoetst.

Volgens Van Geel is het raadzaam dat bedrijven al in een vroeg stadium met de vergunningverlener om tafel gaan zitten. Daarbij moet gesproken worden over de reikwijdte en wijze van toetsing aan de betreffende BBT referentie documenten (BREF’s). Zowel de aanvraag als de uiteindelijke vergunning zullen een verantwoording moeten bevatten van hoe aan de BREF’s is getoetst en welke uitkomsten dat heeft opgeleverd.

Het bevoegd gezag mag volgens deze wijziging van de Ivb bij vergunningverlening niet volstaan met het raadplegen van de samenvattingen en conclusies van BREF’s waarin de best beschikbare technieken zijn omschreven. Zij moeten ook de hoofdtekst raadplegen omdat die noodzakelijke achtergrondinformatie bevat.

Bij de bepaling van de best beschikbare technieken als basis voor een vergunning moet het bevoegd gezag volgens de gewijzigde Ivb een aantal milieu-afwegingen maken. Er moet onderzoek gedaan worden naar:

-de aard, effecten en omvang van de emissies die het bedrijf kan veroorzaken;
-hoe die negatieve gevolgen zoveel mogelijk beperkt kunnen worden;
-de mogelijkheden voor toepassing van technieken die weinig afval veroorzaken;
-welke minder gevaarlijk stoffen kunnen worden gebruikt;
-de grondstoffen die nodig zijn en in welke mate;
-hoe zo energie zuinig gewerkt kan worden;
-op welke wijze ongevallen kunnen worden voorkomen.

Ook moeten technische en economische aspecten bij de beslissing worden betrokken, zoals de:

-eventuele kosten en baten van de maatregelen;
-datum van ingebruikneming van de nieuwe of bestaande installaties;
-tijd die nodig is voor het omschakelen op een betere BBT;
-ontwikkeling van technieken voor de terugwinning en recycling van de in het proces uitgestoten en gebruikte stoffen en afval;
-vergelijkbare processen bij andere bedrijven;
-apparaten of exploitatiemethoden die met succes op industriële schaal zijn beproefd;
-vooruitgang van de techniek;
-ontwikkeling van de wetenschappelijke kennis.

In het voorstel wordt ook bepaald dat vergunningen na verloop van tijd opnieuw getoetst moeten worden. Dat is het geval indien de milieu-omstandigheden dusdanig zijn verslechterd dat een aanscherping van de emissiewaarden noodzakelijk is. Ook als er door nieuwe technieken energiebesparing of vermindering van de kans op ongevallen mogelijk is, moet een nieuwe toetsing plaatsvinden.

Lees ook IPPC-bedrijven moeten vóór 31 oktober 2007 emissiearm zijn
Lees ook Zonering geen zekerheid voor IPPC-bedrijven
Meer informatie Volledige tekst van het wijzigingsvoorstel Ivb

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.