Home

Achtergrond 127 x bekeken

Globale milieu-effectrapportage onvoldoende voor bestemmingsplan

Het wordt voor gemeenten moeilijker een tactiek te volgen waarbij met globale bestemmingsplannen stukje bij beetje grond van een agrarisch bedrijf wordt afgesnoept. Een recente uitspraak van de Raad van State dwingt gemeentelijke overheden met een beter onderbouwde totaalvisie te komen.

In het ruimtelijk bestuursrecht wordt steeds vaker gebruik gemaakt van globale bestemmingsplannen voor grote woningbouw- of bedrijventerrein-projecten. Deze worden dan later stapsgewijs ingevuld. Dat wil echter niet zeggen dat volstaan kan worden met een globale milieu-effectrapportage (MER), vindt de Raad van State.

De gemeente Leeuwarden stelde in 2001 een ontwikkelingsnotitie vast, waarbij melding werd gemaakt van de bouw van 6.500 woningen in een bepaald gebied. Hoewel zij daar op dat moment nog niet toe verplicht was, zorgde de gemeente voor milieueffectrapportage. Op het moment dat het eerste globale bestemmingsplan werd vastgesteld, volstond Leeuwarden met een nadere actualisering van de reeds gevolgde milieueffectrapportage. De vraag was of deze procedure de juiste is.

De gemeente vindt van wel. Het bestemmingsplan zoals dat in procedure was gegaan, was immers globaal. De milieu-effectrapportage hoefde daarom niet gedetailleerd te zijn. De Raad van State deelt de mening van de gemeente niet. In dit geval was de verplichting tot het maken van een milieueffectrapportage gekoppeld aan het bestemmingsplan.

Als dat zo is, zal ook de mate van gedetailleerdheid en uitgebreidheid van de milieueffectrapportage moeten aansluiten bij de maximale mogelijkheden die het (globale) bestemmingsplan biedt. Anders gezegd: als een globaal bestemmingsplan diverse uitwerkingsmogelijkheden biedt, zal bij de milieueffectrapportage rekening moeten worden gehouden met al deze uitwerkingsmogelijkheden.

De Raad van State voegt daar nog aan toe dat een ander oordeel ertoe zou leiden dat er uitwerkingsplannen worden vastgesteld waarin de facto dan geen milieu-effectrapportage heeft plaatsgevonden en dit is strijdig met de uitgangspunten van de wettelijke verplichting. Verder is van belang dat voor de beoordeling van de milieueffecten niet alleen moet worden uitgegaan van de maximale woningaantallen, maar ook andere factoren zoals de locatie van waterpartijen. De Raad van State onthoudt dan ook alsnog goedkeuring aan het bestemmingsplan.

De uitspraak zal gevolgen hebben voor de totstandkoming van bestemmingsplannen. In de meeste gevallen is het nu zo dat een milieu-effectrapport in een vroegtijdig stadium wordt opgemaakt, juist al voordat er redelijk concreet is wat er binnen een bepaald gebied gaat gebeuren. Dat lijkt nu niet meer te kunnen. De milieu-effectrapportage dient concreet en actueel te zijn en dient afgestemd te zijn op het concrete niveau van het bestemmingsplan.

Dit zal ook betekenen dat milieu-effectrapporten in de praktijk uitvoeriger zullen moeten omdat met alle mogelijke denkbare varianten rekening moet worden gehouden. Het dwingt de gemeenten min of meer om concreet aan te geven wat er allemaal in een gebied kan. Het gefaseerd planmatig invoeren van bestemmingsplannen wordt hierdoor toch een stuk lastiger voor gemeenten. De zogeheten salami-tactiek waarbij agrarische ondernemers steeds een stukje van hun grond verliezen, wordt een stuk moeilijker.mr F.W. van Dijk (A & S Advocaten)

Meer informatie Uitspraak van de Raad van State

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.