Home

Achtergrond 715 x bekeken

Fiscale behandeling van toeslagrechten (3)

De overdracht van toeslagrechten is niet belast met overdrachtsbelasting. Bij vererving of schenking komt de fiscus wel om de hoek kijken. Het derde en laatste deel over de fiscale behandeling van toeslagrechten.

Bij de overdracht van melkquotum is een grondtransactie vereist. De belastingdienst heeft geprobeerd daar zes procent overdrachtsbelasting over te eisen, maar is door de fiscale rechter op de vingers getikt. Weliswaar dient onder de overdracht ‘grond geschoven te worden’, maar daarmee vormt het productierecht nog geen onroerende zaak, zo luidde de beslissing.

Eenzelfde redenering geldt voor de nieuwe subsidies van de Europese Unie. Toeslagrechten kunnen zelfs worden overgedragen zonder grondtransactie. Zij zijn dus niet aan te merken als (een beperkt recht op) een onroerende zaak. Bij de verkrijging van toeslagrechten is daarom geen overdrachtsbelasting verschuldigd.

Recht van successie
Naar hun aard zullen rechten op bedrijfstoeslag tot het verplichte ondernemingsvermogen van een ondernemer gerekend dienen te worden. Daarom kan de schenkingsfaciliteit in het kader van de bedrijfsopvolging op deze rechten worden toegepast.

Dit betekent in eerste instantie dat van de toeslagrechten de liquidatiewaarde moet worden bepaald. Voor de bepaling hiervan kan aansluiting worden gezocht bij de waarde die aan het recht wordt toegekend indien deze komt te vervallen aan de nationale reserve, of de waarde in het economisch verkeer die wordt gehanteerd bij transacties tussen agrariërs.

Voor de bepaling van de kasstroom, die het uitgangspunt vormt voor de berekening van een gedeelte van de voortzettingswaarde, zal het wachten zijn op door het ministerie van Financiën uitgevaardigde normbedragen. Een tweede pijler hierbij vormt de zogeheten ‘restwaarde’ van de toeslagrechten. In overleg met het ministerie zal moeten worden besproken of, en zo ja hoe, de toeslagrechten moeten worden meegenomen. De vraag of aan deze rechten na verloop van tijd nog een waarde toegekend kan worden, zal hierbij centraal staan.

Beslissend hiervoor is de verwachte duur van de regeling en de daaruit voortvloeiende afschrijving op de toeslagrechten. Het is geen toeval dat aan productierechten zoals het melkquotum bij de bepaling van de restwaarde geen waarde wordt toegekend. Dergelijke rechten zijn na vijftien jaar (de voor de bepaling van de restwaarde geldende termijn) volledig afgeschreven. De verwachting is dat voor toeslagrechten iets soortgelijks zal gelden. Slechts als in het geheel niet (of over een extreem lange periode) kan worden afgeschreven, spelen dergelijke rechten een rol bij de vaststelling van de restwaarde.

mr. S.F.J.J. Schenk (GIBO Adviesgroep Belastingen)

Lees ook Fiscale behandeling van toeslagrechten (1)
Lees ook Fiscale behandeling van toeslagrechten (2)

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.