Home

Achtergrond 3674 x bekeken

Fiscale behandeling van toeslagrechten (1)

Over bedrijfstoeslagen wordt straks inkomstenbelasting geheven. Maar ook bij de overdracht van toeslagrechten komt de fiscus om de hoek kijken. Vandaag deel één van de fiscale behandeling van het nieuwe subsidiesysteem van de Europese Unie (EU).

Inkomstenbelasting
De bedrijfstoeslagen die een ondernemer van de EU ontvangt, worden beschouwd als winst en zijn dus ook inkomen. De steun is – naar het progressieve tarief - belastbaar in het jaar waarin de toeslag wordt toegekend. Het is verstandig om na te gaan of de regeling inzake de winstverdeling in het maatschapscontract wel aansluit bij wat partijen hierover voor ogen heeft gestaan. Is de toeslag inkomen voor de maatschap en daarmee voor alle maten, of komt de toeslag enkel en alleen toe aan degene die de grond in gebruik en genot in de maatschap heeft ingebracht?

Een soortgelijke situatie kennen we op dit moment al bij andere subsidieregelingen. Ook die worden op de gebruikelijke wijze in de heffing betrokken. Dat is trouwens ook het geval voor die ondernemers die hun onderneming in BV-vorm drijven. Ook voor hen vormt de toeslag gewoon winst, en deze wordt in de BV belast. Verder zou er nog discussie met de fiscus kunnen ontstaan over het moment van belastbaarheid van de subsidie als er geruime tijd verstrijkt tussen het toekennen en het daadwerkelijke ontvangen van de subsidie.

Verkoop
Toeslagrechten kunnen – onder voorwaarden – verkocht worden. Net zoals dat het geval is bij bijvoorbeeld het melkquotum, is de verkoopopbrengst in de inkomsten- of vennootschapsbelasting belast. Staakt de ondernemer zijn onderneming niet, dan zal de bij verkoop van de rechten behaalde winst in een herinvesteringsreserve (HIR) gestopt kunnen worden. De verdere gang van zaken (afboeken van de HIR) is afhankelijk van de vraag of, en zo ja hoe, op toeslagrechten afgeschreven zal kunnen gaan worden.

Verhuur
Ook het verhuren van toeslagrechten is toegestaan. De opbrengst en de kosten daarvan (de leaseprijs dus) worden in de IB/Vpb-heffing betrokken.

Afschrijven
De vraag of op toeslagrechten afgeschreven kan worden, is natuurlijk allereerst van belang voor de kopende partij. Maar hetzelfde geldt mogelijk voor de verkoper. Net zoals dat nu reeds het geval is bij de HIR wordt er een onderscheid gemaakt tussen bedrijfsmiddelen waarop in het geheel niet, over een periode van langer dan tien jaar, dan wel over een periode van tien jaar of korter wordt afgeschreven. Iedere soort afschrijving kent zijn eigen HIR-regime.

Voor de vraag naar het afschrijvingsregime, is van belang de vraag of dergelijke rechten door gebruik of tijdsverloop ‘slijten’. Van echte slijtage kan bij rechten natuurlijk geen sprake zijn, maar als de regeling eindig is (bijvoorbeeld een horizon van 5 of 15 jaar kent), dan kan rekening houdend met de resterende looptijd op het recht worden afgeschreven worden. Een dergelijke regeling kennen we al bij het melkquotum. Is de regeling niet eindig (dus oneindig) en is van fysieke slijtage geen sprake dan is afschrijving in het geheel niet mogelijk. Deze situatie kennen we van de zetmeelquotering (aandelen Avebe). Het Brusselse regime en de verwachte levensverwachting van de regeling (waar nu nog niet zo veel van te zegen valt) zijn dus voor het afschrijvingsregime van belang.

Investeringsaftrek
Investeren in productierechten (nu) of toeslagrechten (straks) zijn helaas niet relevant voor de investeringsaftrek. Omdat het hier gaat om een concessie van publiekrechtelijke aard zal de investerende ondernemer geen recht hebben op investeringsaftrek. Een soortgelijk regime kennen we nu ook al voor het melkquotum.

mr. S.F.J.J. Schenk (GIBO Adviesgroep Belastingen)

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.