Home

Achtergrond 102 x bekeken

Mogelijkheden naburigheidsvrijstelling verruimd

De naburigheidsvrijstelling kan in meer situaties worden verleend dan volgens de Wet op belastingen van rechtsverkeer is toegestaan. Dat heeft staatssecretaris Wijn (Financiën) vorige week besloten.

Op grond van de vrijstelling kan een boer onder voorwaarden de gronden van zijn buurman kopen zonder dat daarover overdrachtsbelasting verschuldigd is. Vanuit de praktijk zijn aan de staatssecretaris vragen gesteld over de toepassing van de naburigheidsvrijstelling. In enkele gevallen heeft Wijn besloten om in afwijking van de strikte tekst van de wet de vrijstelling toch te verlenen. Het besluit heeft de vorm van een zestal vragen en antwoorden.

Vraag 1
Iemand is eigenaar van verpachte grond. Op deze grond drijft een ander een landbouwbedrijf. De grondeigenaar wil grond kopen dat daaraan grenst. Het is de bedoeling om de lopende pachtovereenkomst te beëindigen en de eerder verpachte grond samen te voegen met de nieuw gekochte grond tot één nieuw bedrijf. De vraag is of hier de naburigheidsvrijstelling van toepassing is. Dat de koper op zijn reeds in eigendom zijnde grond zelf geen bedrijf heeft, is geen probleem. Blijkbaar kun je aan het bezitscriterium voldoen door middel van verpachte grond. Wat wel een probleem oplevert, is het feit dat de koper op het moment van de koop van de grond van de buurman zelf geen landbouwbedrijf heeft. In die situatie kan de landbouwstructuur niet verbeterd worden en is de vrijstelling dus niet van toepassing.

Vraag 2
Als iemand gronden koopt en deze vervolgens (economisch) inbrengt in een maatschap, is de vrijstelling slechts van toepassing voor het aandeel van de verkrijger in deze maatschap. Immers, ook de andere maatschapsleden verkrijgen een deel van de economische eigendom van de grond. De staatssecretaris keurt echter goed dat in deze situatie de vrijstelling toch volledig wordt toegepast.

Vraag 3
Er kunnen problemen ontstaan als grond wordt verkregen in een samenwerkingsverband, waarbij één van de vennoten de volledige juridische eigendom van de grond heeft en de andere vennoot slechts een gedeelte van de economische eigendom. Deze juridische en economische eigendommen mogen niet bij elkaar worden opgeteld. Iedere vennoot afzonderlijk zal moeten voldoen aan de eisen van de naburigheidsvrijstelling.

Vraag 4
Deze situatie ziet op de verkrijging door een (institutionele) belegger, waarbij iemand anders krachtens een gebruiksrecht (pacht, erfpacht) de gronden gaat gebruiken. In beginsel is de naburigheidsvrijstelling niet van toepassing, omdat daarvoor een vereiste is dat de verkrijger de gronden gaat gebruiken. Onder omstandigheden echter wordt toch vrijstelling verleend.

Vraag 5
De laatste vraag betreft de verkrijging van aan een derde verpachte grond. De inbreng van verpachte grond doet geen verbetering van de landbouwstructuur ontstaan. Om die reden is de vrijstelling niet van toepassing.

Inwerkingtreding
Dit besluit is op 18 februari 2005 in werking getreden, maar werkt terug tot 1 januari 2003. Wie op grond van het besluit aanspraak kan maken op een vrijstelling maar eerder toch al belasting betaalde, kan een verzoek tot teruggave indienen.

mr. S.F.J.J. Schenk (GIBO Adviesgroep Belastingen)

Meer informatie Besluit van de staatssecretaris

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.