Home

Achtergrond 139 x bekeken

Heeft voortzettingswaarde langste tijd gehad?

De waardering van een agrarische onderneming is en blijft een heikele kwestie. In de relatie met de fiscus heeft de voortzettingswaarde veel duidelijkheid gebracht. Probleem is echter het feit dat na een overlijden de erfgenamen (en in het bijzonder de niet-voortzettende erfgenamen) niet gebonden zijn aan deze voortzettingswaarde. Uitspraken van de Hoge Raad en het Hof te Arnhem hebben gevolgen voor het gebruik hiervan.

Tot voor kort ging men er van uit dat in de onderlinge verhouding tussen de erfgenamen gerekend moest worden met de vrije waarde. Dat bood de fiscus dan ook de mogelijkheid om aan het toepassen van de voortzettingswaarde allerlei voorwaarden te verbinden, zoals voortzetting van de onderneming gedurende tenminste vijf jaar. Werd (en wordt) niet aan deze of andere voorwaarden voldaan, dan zal de reeds bestaande aanslag voor het recht van schenking alsnog worden ingevorderd.

In februari 2004 echter besliste de Hoge Raad dat ook in de verhouding tussen erfgenamen de redelijkheid en billijkheid met zich kan brengen dat bij de waardering van een agrarische onderneming uitgegaan wordt van de agrarische waarde. Een waarde, waarbij een lonende exploitatie nog juist mogelijk is. Vaak zullen stille reserves in opstallen en productierechten dan voor een waarde van nihil gewaardeerd worden. De Hoge Raad vernietigde met zijn beslissing een eerder arrest van het Gerechtshof Amsterdam, en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem. Dat Hof heeft nu de definitieve beslissing genomen dat in het concrete geval de erven moesten rekenen met de agrarische waarde en niet met de veel hogere vrije (economische) waarde.

De Hoge Raad besliste verder dat niet meteen van een schenking (met alle gevolgen van dien) gesproken kan worden als bij een bedrijfsoverdracht een meerwaardeclausule ontbreekt. Zeker als ten tijde van een eventuele procedure er nog geen verkoop van gronden heeft plaatsgevonden (en het ook niet de verwachting is dat dit zal gaan gebeuren) heeft een ontbrekende meerwaardeclausule niet meteen tot gevolg dat er sprake is van een schenking.

Het belang van de beslissing van de Hoge Raad en Hof is voor de praktijk zeer groot. Echter, niet in alle gevallen zullen partijen zonder meer moeten uitgaan van de agrarische waarde. Uit eerdere rechtspraak komt naar voren dat alleen gezonde en doorgaans winstgevende bedrijven hiervoor in aanmerking komen. Marginale en kwakkelende bedrijven moeten maar verkocht worden, om de opbrengst vervolgens eerlijk te delen, zo lijkt de rechter te denken. Verder zal er sprake moeten zijn van een (langjarige) samenwerking tussen senior en junior, wil de bedrijfsopvolger zijn broers en zussen een evenredig deel in de economische waarde van het bedrijf kunnen onthouden.

Het belang van deze procedure is zoals gezegd zeer groot. Opmerkelijk genoeg is deze procedure van nog veel groter belang voor het fiscale recht, in het bijzonder het successierecht. De huidige voortzettingswaarde lijkt met deze beslissing zijn langste tijd gehad te hebben. Of dat voor de sector altijd gunstig uitpakt moet ondertussen nog maar afgewacht worden. Wij komen hier zeker op terug. (mr. S.F.J.J. Schenk)

Meer informatie Uitspraak Hof Arnhem

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.