Home

Achtergrond 90 x bekeken

Geen richtlijnen voor overeenkomsten planschadevergoedingen

Er komen geen specifieke regelingen die aangeven hoe in concrete situaties een planschadevergoedingsovereenkomst moet worden opgesteld. Dat schrijft minister Dekker (Vrom) aan de Eerste Kamer.

Volgens Dekker is het niet nodig om aanknopingspunten over de objectieve vaststelling van de hoogte van de vergoeding en de verdeling daarvan in de wet vast te leggen. In de huidige praktijk en jurisprudentie is gebleken dat het mogelijk is om de schade objectief in te schatten, vindt zij.

Op dit moment ligt een voorstel tot wijziging van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) bij de Eerste Kamer. Daarin wordt bepaald dat colleges van burgermeester en wethouders een planschadevergoedingsovereenkomst kunnen aangaan met ondernemers die een verzoek indienen tot wijziging van het bestemmingsplan. Het wetsvoorstel treedt naar verwachting halverwege dit jaar in werking.

In de overeenkomst wordt vastgelegd in hoeverre de ondernemer aansprakelijk is voor eventuele planschadekosten die voortvloeien uit de bestemmingsplanwijziging. Volgens Dekker is het niet mogelijk om daar criteria voor vast te stellen die in alle gevallen toepasbaar zijn. Leden van het CDA hadden gevraagd hoe de verdeling van de planschadekosten moet worden geregeld als er bijvoorbeeld twee ondernemers zijn die een wijziging aanvragen, of twee gedupeerden.

Ondernemers zijn niet verplicht een planschadevergoedingsovereenkomst te tekenen. Maar gemeenten zullen eerder genegen zijn een verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan te honoreren als de initiatiefnemer meewerkt.

Boeren en tuinders hebben op twee manieren met deze wet te maken. Enerzijds kan de agrariër als initiatiefnemer een overeenkomst aangaan met het college over de verdeling van de kosten van planschade. Maar hij kan ook aan de andere kant van de tafel zitten. De agrariër is dan de gedupeerde van een wijziging van het bestemmingsplan en kan een verzoek tot vergoeding indienen.

In het wijzigingsvoorstel is ook een verjaringstermijn van vijf jaar opgenomen voor planschadevergoedingen. Dat betekent dat een verzoek tot vergoeding binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan moet worden ingediend.

Lees ook Planschadevergoeding verder beperkt
Meer informatie Brief van minister Dekker

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.