Home

Achtergrond 95 x bekeken

Belastingdienst moet afwijkende toerekening koopsom aannemelijk maken

Als in de koopakte van een boerderij is vastgelegd dat de waarde van de opstallen nihil is, kan de belastinginspecteur daar niet zomaar een deel van de koopsom aan toerekenen. De inspecteur moet kunnen bewijzen dat de door partijen overeengekomen prijs afwijkt van die is opgenomen in de koopovereenkomst.

Dat blijkt uit een uitspraak van het gerechtshof in Arnhem in een zaak die is aangespannen door een melkveehouder. De boer dreef een bedrijf op grond waar volgens een structuurplan een woonbestemming aan werd toegekend. Om niet onteigend te worden, verkocht hij zijn boerderij met ondergrond, erf, bedrijfsopstallen en weiland aan de gemeente.

In de notariële akte werd de waarde van de opstallen vastgesteld op nihil in verband met de toekomstige sloop en de daaraan verbonden sloopkosten. Volgens de belastinginspecteur hebben de adviseurs van de melkveehouder ‘goed over een en ander nagedacht’ zodat maximaal gebruik gemaakt kon worden van de landbouwvrijstelling. Die geldt immers wel voor grond en niet voor gebouwen. Hij meende dat de melkveehouder en de gemeente mondeling andere bedragen hadden afgesproken.

Het gerechtshof oordeelde dat de belastingdienst niet heeft aangetoond dat de prijs die in de koopovereenkomst staat, afwijkt van die mondeling is afgesproken. En ook al zou er voor het tekenen van het contract over andere bedragen gesproken zijn, hoeft dat niks te betekenen. In onderhandelingen kan de prijs veranderen. De belastinginspecteur heeft dus niet aannemelijk kunnen maken dat een deel van verkoopprijs bestaat uit de waarde van de opstallen.

Meer informatie Uitspraak van het gerechtshof

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.