Home

Achtergrond 98 x bekeken

Regionale omstandigheden van invloed op best beschikbare technieken

Bij het bepalen van wat de best beschikbare technieken zijn voor de bescherming van het milieu, zal rekening worden gehouden met de lokale en regionale omstandigheden waarin een bedrijf zich bevindt. Dat schrijft staatssecretaris Van Geel in een toelichting bij de aanpassing van het wijzigingsvoorstel Wet milieubeheer (Wm).

De specifieke ligging van een bedrijf bepaalt mede de milieudruk en heeft daarom ook invloed op welk beschermingsniveau noodzakelijk is. Dit kan van invloed zijn op de technieken die als best beschikbaar worden aangewezen.

Voor bedrijven in gebieden met een hoge milieudruk betekent dit niet dat zij noodzakelijkerwijs verdergaande maatregelen moeten treffen dan vergelijkbare ondernemingen in plaatsen met een lagere milieudruk. Wel kan het tot gevolg hebben dat deze ondernemers binnen het scala van de best beschikbare technieken voor een andere oplossing moeten kiezen.

De Wm moet worden aangepast in verband met de implementatie van de IPPC-richtlijn in de Nederlandse wetgeving. IPPC staat voor Integrated Pollution Prevention and Control (geïntegreerde preventie en bestijding van verontreiniging). De richtlijn schrijft voor dat bedrijven een vergunning moeten hebben die ‘een hoog niveau van bescherming van het milieu’ garandeert. Daarbij geldt de stelregel dat ondernemers de ‘best beschikbare technieken’ (BTT) moeten toepassen.

Volgens Van Geel heeft de wetswijziging geen grote gevolgen voor bedrijven. Op dit moment geldt volgens de Wm het zogenoemde alara-beginsel. Dit staat voor ‘as low as possible achievable’. Milieuvervuiling moet volgens dit principe zoveel als redelijke mogelijk is, beperkt worden. Van Geel denkt dat de twee begrippen vrijwel overeenkomen.

In de toelichting legt de staatssecretaris ook uit dat sommige bijzondere milieusituaties aanleiding kunnen geven tot maatregelen die verder gaan dan de toepassing van de best beschikbare technieken. Daarbij hoeft niet alleen gedacht te worden aan strengere eisen. Er kan ook besloten worden tot bijvoorbeeld bedrijfsverplaatsing.

In vergunningen voor bedrijven met IPPC-installaties mogen niet de specifieke technieken worden voorgeschreven, maar alleen de daarvan afgeleide doelvoorschriften. Een uitzondering is het geval dat als er geen emissiegrenswaarde of een ander doelvoorschrift kan worden gesteld, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een diffuse emissie die niet of slechts tegen zeer hoge kosten gemeten of berekend kan worden.

Bestaande veehouderijbedrijven moeten vanaf 31 oktober 2007 aan de IPPC-eisen voldoen. Nieuwe inrichtingen worden sinds 1999 al aan deze richtlijn worden getoetst.

Meer informatie Wijzigingsvoorstel
Meer informatie Toelichting

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.