Home

Achtergrond 374 x bekeken

Herinvesteringsreserve bij vervanging eigendom door erfpacht niet van toepassing

Boeren en tuinders die eigendom van een pand met ondergrond vervangen door erfpacht of andersom, komen niet in aanmerking voor de herinvesteringsreserve. Er is immers geen sprake van ‘eenzelfde economische functie’. Dat blijkt uit een besluit van de belastingdienst.

Om gebruik te kunnen maken van de herinvesteringsreserve geldt voor de lang en niet-afschrijfbare bedrijfsmiddelen de eis dat de bedrijfseconomische functies van het afgestoten en het verworven middel gelijk zijn. Volgens de belastingdienst zijn er tussen eigendom en erfpacht aanzienlijke verschillen waardoor geen sprake kan zijn van ‘eenzelfde economisch functie’.

Voor een recht van opstal kan dat wel gelden. Een recht van opstal is een recht om op of boven een onroerende zaak van een ander gebouwen in eigendom te hebben of te verkrijgen. Een pand waarvan een ondernemer eigenaar is op basis van een recht van opstal, is een bedrijfsmiddel. Bij vervanging van dat bedrijfsmiddel op grond in erfpacht door een pand dat samen met ondergrond in eigendom verworven wordt, kan gesteld worden dat een deel van het nieuwe bedrijfsmiddel bedoeld is ter vervanging van het vervreemde pand. Als het verworven pand ook in andere opzichten economisch eenzelfde soort functie vervult als de vervreemde opstal, mag de herinvesteringsreserve worden toegepast.

Ook in de omgekeerde situatie kan de herinvesteringsreserve van toepassing zijn. Bij vervanging van een bedrijfsmiddel dat bestaat uit een pand met ondergrond in eigendom door een pand op grond in erfpacht waarbij voor het pand een recht van opstal wordt gevestigd, kan voor de opstal sprake zijn van eenzelfde economische functie.

Om stille reserves in bedrijfsmiddelen die verkocht worden niet direct in de belastingheffing te betrekken, hebben ondernemers de mogelijkheid om gebruik te maken van de herinvesteringsreserve. Bedrijfsmiddelen zoals gronden, gebouwen, machines en productiequota komen daarvoor in aanmerking. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijfsmiddelen die in maximaal tien jaar afschrijfbaar zijn en waarvoor een langere termijn geldt. In die laatste categorie vallen ook niet-afschrijfbare bedrijfsmiddelen.

Meer informatie Besluit van de belastingdienst

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.