Home

Achtergrond 152 x bekeken

Geen burger in bedrijfswoning ondanks voorgenomen legalisatie

Een gemeente is verplicht om op te treden tegen een burger die in een agrarische bedrijfswoning woont. Dat is alleen anders als voor de burger een voldoende concreet uitzicht op legalisatie op burgerbewoning bestaat, of er bijzondere omstandigheden zijn.

De Raad van State oordeelde op 26 januari 2005 over een geval dat speelde in de gemeente Nederweert. Deze gemeente probeerde voor de derde maal onder de plicht uit te komen om op te treden tegen een burger die illegaal in een bedrijfswoning woonde. Dat was gevraagd door een kalkoenfokker, die door de bewoning werd beperkt in zijn bedrijf.

De gemeente voerde aan dat zij niet hoefde op te treden, omdat vóór het nemen van de beslissing op bezwaar de gemeenteraad had besloten om een artikel 19 Wet Ruimtelijke Ordening (WRO) vrijstellingsprocedure te voeren, waarmee de burger vrijstelling kreeg om legaal in de woning te kunnen wonen.

Voor de Raad van State was dat echter niet voldoende. Het raadsbesluit werd pas na beslissing op bezwaar bekend gemaakt. Bovendien was het zo, dat de wijziging van een agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning op grond van provinciaal beleid niet was toegestaan. De provincie moest ook over de artikel 19 WRO-vrijstelling nog beslissen. Er waren geen aanwijzingen dat de provincie dit beleid zou veranderen. Daarmee was er een onvoldoende concreet uitzicht op legalisatie en was de gemeente Nederweert verplicht om met bestuursdwang op te treden.

Conclusie van deze uitspraak is dan ook dat de Raad van State strak vasthoudt aan de lijn dat zonder concreet uitzicht op legalisatie de gemeente tot optreden verplicht is.

Mr. P.H.N. van Spanje (A & S Advocaten)

Meer informatie Uitspraak van de Raad van State
Lees ook Geen burger in een agrarische bedrijfswoning
Lees ook GS Limburg kiezen voor legalisatie burgerwoning in buitengebied

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.