Home

Achtergrond 91 x bekeken

Hof volgt taxatie deskundigen voor waarde van agrarische bedrijfsgebouwen

Een veehouder heeft zijn bedrijf aan Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) verkocht. Om een zo groot mogelijk deel van de koopsom in aanmerking te laten komen voor landbouwvrijstelling, rekent de veehouder een groot deel toe aan de grond en slechts een klein deel aan de gebouwen. De inspecteur corrigeert de aangifte en het Gerechtshof Den Bosch stelt hem in het gelijk.

Deze zaak vond plaats onder de Wet IB1964. De veehouder heeft haar agrarisch bedrijf in 1999 voor € 3.267.000 verkocht aan het Bureau Beheer Landbouwgronden. Deze prijs ligt fors hoger dan de door BBL uitgevoerde taxatie. BBL taxeerde het bedrijf op een waarde van € 2.831.000. Uiteindelijk was nog in geschil welke waarde aan de bedrijfsgebouwen inclusief de terreinverharding moest worden toegekend. De boekwinst op de landbouwgrind, erf en ondergrond van de gebouwen kan worden, valt namelijk onder de landbouwvrijstelling.

De inspecteur bepaalde de waarde van de gebouwen en erfverharding op € 230.000. De veehouder voert in zijn verweer aan dat om politieke redenen in deze waarde ook de ondergrond was opgenomen. Hij bepleitte dat de waarde van de opstallen niet hoger zijn dan de boekwaarde van € 82.500. Volgens het Hof zijn de door de veehouder overlegde transacties van losse percelen grond niet vergelijkbaar, omdat deze pas veel later hebben plaatsgevonden. Het Hof stelt de veehouder in het ongelijk. De waarde is door deskundigen vastgesteld en het Hof neemt niet aan dat het Bureau opzettelijk waarde van grond aan de opstallen van de bedrijfsgebouwen zou hebben toegerekend.

Meer informatie Volledige uitspraak van het Gerechtshof Den Bosch
Lees ook Belastingdienst moet afwijkende toerekening koopsom aannemelijk maken

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.