Home

Achtergrond 60 x bekeken

Ook habitattoets bij kleine wijzigingen binnen SBZ

Een wijziging van het bestemmingsplan dat voorziet in ontwikkelingsmogelijkheden voor veehouderijbedrijven in of nabij een vogelrichtlijngebied, moet altijd voorafgegaan worden door een habitattoets. Dat geldt ook als de verandering op het eerste gezicht weinig ingrijpende gevolgen heeft.

Tot die conclusie komt de Raad van State in een zaak tussen diverse belanghebbenden en Gedeputeerde Staten (GS) van Utrecht. Volgens de rechters heeft het college de gevolgen voor beschermde vogels in het gebied onvoldoende onderzocht.

In 2001 gaf het college goedkeuring aan het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Maartensdijk. Een deel daarvan komt overeen met een als speciale beschermingszone aangewezen gebied met bijzondere vogelsoorten.

De Raad van State vindt het standpunt van GS dat de bestaande activiteiten zonder significante gevolgen te veroorzaken kunnen worden voortgezet, niet goed onderbouwd. Er ontbreekt een overzicht van de kenmerken van het gebied die van belang zijn voor het behoud van de kwaliteit van de habitats.

Ook is niet meer dan een globaal inzicht gegeven in de in en rondom de SBZ aanwezige activiteiten. Ten slotte is geen onderzoek verricht naar de gevolgen van de bestaande activiteiten en eventuele binnen de kaders van het plan mogelijke nieuwe ontwikkelingen.

Het verweer van het college van GS dat de in het plan opgenomen maximale omvang van intensieve veehouderijen van 250 m2 een voldoende waarborg is dat geen aantasting van natuurlijke waarden zal plaatshebben, is volgens de Raad voorbarig. Ook als het lijkt alsof er geen significante negatieve effecten te verwachten zijn, moet dit wel onderzocht worden

Lees ook Vergunningsprocedures Natuurbeschermingswet toegelicht
Meer informatie Uitspraak van de Raad van State

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.