Home

Achtergrond 66 x bekeken

Identificatieplicht geldt vanaf moment indiensttreding

Bij indiensttreding is het voor de werkgever verplicht een kopie van het identiteitsbewijs in de administratie te bewaren. In een zaak tussen een agrariër en de Belastingdienst werden achteraf nog identiteitsbewijzen overlegd. Deze werden echter niet geaccepteerd, omdat deze niet geldig waren op het moment van indiensttreding.

In deze zaak heeft een agrariër heeft in de jaren 1998 tot en met 2002 scholieren in dienst gehad. Hierbij wordt gebruik gemakt van de scholierenregeling, waardoor loonbetalingen zijn vrijgesteld van premiebetalingen. Bij looncontrole blijkt dat hij geen afschriften van geldige identiteitsbewijzen bezit. Dit was niet de eerste keer, want bij een controle in 1998 ontbraken de identiteitsbewijzen ook al. In de bezwaarprocedure greep de agrariër alsnog de kans om de identiteitsbewijzen te overleggen. Een aantal hiervan waren niet geldig bij de indiensttreding van deze werknemers.

Voor deze werknemers volgt naheffing naar het anoniementarief. De Centrale Raad is met het UWV van oordeel dat alleen afschriften van identiteitsbewijzen die geldig waren ten tijde van de indiensttreding aan de wettelijke eisen voldoen en oordeelt dat naheffing op basis van het anoniementarief juist is. Hij maakt alleen een uitzondering voor het jaar 1998. Over dat jaar kan de belastingdienst namelijk inmiddels geen LB meer naheffen.

Lees ook Verscherpte controle op identiteit werknemers
Meer informatie Volledige uitspraak van de Centrale Raad van Beroep

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.