Home

Achtergrond 80 x bekeken

Geen lijfrenteaftrek voor emigrerende melkveehouder

In deze zaak had een melkveehouder het besluit om zijn bedrijf te liquideren al genomen voordat het bedrijf is overgedragen aan de BV van zijn partner. De Hoge Raad concludeert dan ook net als het Hof Den Bosch dat de lijfrente een tegenprestatie is voor het gestorte geld en niet is bedongen voor de overdracht van de onderneming.

Een melkveehouder had zijn onderneming in verband met zijn emigratie aan een BV van zijn partner overgedragen. Hierbij is een lijfrente van € 164.000 bedongen. Volgens het Hof en de inspecteur is deze niet bedongen als tegenprestatie voor de overdracht van de onderneming, maar is dat de tegenprestatie voor het gestorte geld. Volgens het Hof, had de melkveehouder namelijk het besluit genomen om het melkveebedrijf in Nederland te liquideren en de opbrengst daarvan aan te wenden voor de aankoop van een melkveebedrijf in Denemarken. Die opbrengst is eerst aangewend voor de aankoop van een lijfrente bij de BV.

Dit laat geen andere conclusie toe, dan dat de lijfrente is bedongen als tegenprestatie voor een storting in geld. In dit geval kan dan niet worden gezegd, dat de lijfrente is bedongen als de tegenprestatie voor de overdracht van een onderneming. De storting kan dan ook niet als persoonlijke verplichting op het onzuiver inkomen in aftrek worden gebracht. Voor dergelijke gevallen is artikel 45, lid 7, letter a, sub 2 Wet IB 1964 niet bedoeld.

Meer informatie Volledige uitspraak van de Hoge Raad
Lees ook Lijfrenteaftrek bij inbreng in BV alleen bij voortzetting activiteiten

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.