Home

Achtergrond 149 x bekeken

Antwoorden op vragen toeslagrechten

Minister Veerman houdt in het kader van de toeslagrechten vast om 30 procent productieafwijking als gevolg van weersomstandigheden als calamiteit te zien. Dat schrijft de minister in een brief aan LTO, die om 15 procent afwijking had gevraagd. Als er sprake is van een calamiteit kan de referentieperiode, de periode om de hoeveelheid rechten te bepalen, worden aangepast. Deze en andere antwoorden geeft Veerman op vragen van LTO.

Welke gronden worden meegenomen bij de berekening van toeslagrechten en welke gronden kunnen worden gebruikt om deze te verzilveren?
Subsidiebedragen die in het verleden ontvangen zijn, worden vertaald naar toeslagrechten. Bij die vertaalslag wordt een koppeling gelegd tussen de ontvangen subsidies en de oppervlakte grond waarop landbouwactiviteiten plaatsvonden. Dit laatste ongeacht of op deze gronden subsidie werd ontvangen of niet. Het gemiddelde van de jaren 2000-2002, van enerzijds ontvangen subsidie en anderzijds de hectares, is het uitgangspunt van de berekening. Om toeslagrechten te verzilveren moet de ondernemer wel over grond beschikken. Voorwaarde hierbij is dat op deze gronden enige vorm van landbouwactiviteit wordt uitgeoefend.
Hiermee is aangegeven dat een koppeling mogelijk is met natuurbeheerpakketten. Op dit moment wordt een inventarisatie gemaakt van welke pakketten wel en niet te combineren zijn. Op gronden waarop na functieverandering geen landbouwactiviteiten plaatsvinden, kunnen niet worden opgegeven als subsidiabele hectare.

Hoe wordt omgegaan met bedrijven die in de nabije toekomst over minder grond beschikken en er dus meer toeslagrechten zijn dan benodigde hectares?
De Europese verordening heeft een voorziening om in specifieke omstandigheden toeslagrechten te herberekenen (in te dikken). Dit is echter alleen van toepassing bij overheidsingrijpen. De minister vindt dit voldoende; weliswaar is grond nodig om de toeslagrechten te verzilveren, maar ondernemers zijn vrij in de keuze welke grond daarvoor in aanmerking komt.

Wat valt onder de nationale reserve?
Bij de start van het ontkoppelde steunstelsel wordt een nationale reserve gevormd. Met deze reserve kunnen ‘extra’ toeslagrechten worden toebedeeld aan bedrijven waarbij de referentie-periode onvoldoende recht doet aan bestaande bedrijfsvoering. Europese regelgeving beschrijft aan welke voorwaarden moet worden voldaan. Het gaat onder meer om grond, gebouwen, zetmeelleveringsrechten en dieren. Natuurlijke aanwas van dieren valt als zodanig niet onder investeringen.

Meer informatie Brief van Veerman aan LTO

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.