Home

Achtergrond 187 x bekeken

Procedure vergunningverlening mestvergisting toegelicht

Staatssecretaris Van Geel (Milieu) heeft een handreiking gepubliceerd die provincies, gemeenten en ondernemers duidelijkheid biedt over het proces van vergunningverlening bij (co-) vergisting van mest. Het is een aanvulling op de Richtlijn mestverwerkingsinstallaties.

De handreiking is geen wet. Omdat de herstructurering van het landelijk gebied nog in volle gang is, vindt Van Geel het te vroeg om nu al de richtlijn geheel te herzien. Afwijken van de handreiking is dan ook, mits gemotiveerd, toegestaan.

Bij de aanvraag van een vergunning voor een installatie is een aantal wetten en regels van toepassing:

1. Streek- en bestemmingsplannen. Als volgens het streek- of bestemmingsplan een installatie is toegestaan, mag een bouwvergunning op dit punt niet worden geweigerd. In dit verband moet bepaald worden of er sprake is van een agrarische of een industriële activiteit;

2. Milieu-effectrapportage (MER). De toekenning van een vergunning is MER-beoordelingsplichting als het gaat om een vergistingsinstallatie met een capaciteit van honderd ton of meer. Bij een kleinere capaciteit is alleen een MER-beoordeling vereist als dat bepaald is in de provinciale milieuverordening;

3. IPPC-richtlijn. Volgens de IPPC-richtlijn (Integrated Pollution and Control Directive) moet een vergunning geweigerd worden als de ondernemer niet de ‘best beschikbare technieken’ gebruikt om het milieu te sparen. Deze bepaling is overigens nog niet opgenomen in de Wet Milieubeheer. Ook moet worden voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in het Reference Document on best Available Techniques for Intensive Rearing of Pigs and Poultry (BREF);

4. Ivb. Het Inrichtingen en vergunningenbesluit Wm (Ivb) bepaalt of de provincie dan wel de gemeente het bevoegd gezag is voor mestverwerking. Naar verwachting wordt het Ivb halverwege dit jaar gewijzigd;

5. Wsv. Op een mestvergistingsinstallatie kan de Wet stankemissie in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden (Wsv) van toepassing zijn. De Wsv bepaalt of de vergunning voor wat betreft stankhinder kan worden verleend.

6. Besluit financiële zekerheid milieubeheer. Op basis van dit besluit kan het bevoegd gezag van de ondernemer eisen dat hij opdraait voor de kosten van eventuele bodemverontreiniging. Gezien de beperkte risico’s van een mestvergistingsinstallatie ligt komt dit zelden voor.

Meer informatie Handreiking (co-) vergisting van mest

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.