Home

Achtergrond 227 x bekeken

Varkenspest en BTW: mogelijkheden voor gedupeerde varkenshouders

Toelichting door mr. S.F.J.J. Schenk

De Belastingkamer van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch heeft op 1 juni 2004 een belangrijke beslissing genomen, die voor varkenshouders van groot belang kan zijn. De Staatssecretaris van Financiën heeft zes weken de tijd om beroep in cassatie bij de Hoge Raad in te stellen, en gelet op het (financiële en principiële) belang van deze zaak zou het mij verbazen als dat niet zou gebeuren. Voor varkenshouder die eerder bezwaar hebben gemaakt zijn er mogelijkheden.

Mohr-arrest bepaald dat er geen BTW verschuldigd is
Een ondernemer dient omzetbelasting in rekening te brengen over zijn gedane leveringen en verrichte diensten. Dat is slechts anders als deze leveringen of diensten uitdrukkelijk zijn vrijgesteld. In 1996 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in het zogeheten ‘Mohr-arrest’ echter beslist dat een vergoeding om (melk)productie te beëindigen niet kan worden aangemerkt als een dienst. Er is immers door de opkopende partij geen sprake van verbruik. Daarom kan heffing van omzetbelasting achterwege blijven. Deze beslissing geldt voor opkoopregelingen door de Overheid. Ook de opkoopregeling voor varkens (in het leven geroepen in 1997 met het oog op de toen heersende klassieke varkenspest) viel onder het regime van het Mohr-arrest. De staatssecretaris heeft dit begin augustus 1997 uitdrukkelijk bevestigd.

Tot 1 augustus 1997 handelde LASER, belast met de uitvoering van de opkoopregeling, echter anders. Wie wilde deelnemen aan de opkoopregeling diende formulieren in te vullen. Op basis van deze formulieren maakte LASER aankoopfacturen (afrekeningen) op. Hierop werd steeds 6% omzetbelasting vermeld. Naar achteraf bleek dus ten onrechte. Het bedrag werd inclusief omzetbelasting door LASER aan de ondernemer betaald. Een varkenshouder betaalde de in rekening gebrachte omzetbelasting netjes, en vroeg deze belasting vervolgens terug.

Onterechte BTW-vermelding
Op zich zou teruggave van ten onrechte in rekening gebrachte omzetbelasting voor de hand liggen. Er geldt in dit soort gevallen echter een bijzondere bepaling. Art. 37 Wet OB 1968 (de omzetbelasting) bepaalt dat als ten onrechte BTW op de factuur staat vermeld, deze BTW ook betaald moet worden. Ten onrechte in rekening gebrachte BTW kan beter in de zakken van de Staat verdwijnen, dan in de zakken van de onjuist handelende ondernemer, zo is de redenering. Het Hof heeft in zijn beslissing de werking van deze harde bepaling behoorlijk verzacht. In overeenstemming met eerdere rechtspraak van de Europese rechter is het Hof van oordeel dat een eerder gemaakte fout mag worden hersteld als tijdig actie wordt ondernomen om het gevaar van verlies van belastinginkomsten te voorkomen.

Aan het vereiste van tijdige actie was door de ondernemer voldaan. Er bestond dus recht op teruggave van de ten onrechte gefactureerde BTW. Maar het Hof besliste meer. Echt nodig was dat niet, omdat de ondernemer al in het gelijk gesteld was. Maar voor anderen kan deze beslissing wel nog van groot belang zijn. Het bijzondere in deze situatie was dat de nota van de varkenshouder niet door hemzelf was opgesteld. De nota werd immers uitgedraaid door LASER. Het ligt voor de hand, aldus de belastingrechter, dat de fiscus de mogelijk geleden schade maar gaat verhalen op LASER. Daar is immers de fout gemaakt, en niet bij de individuele boer.

Alleen varkenshouders die bezwaar hebben gemaakt, hebben kans op teruggave
Dat de betreffende opkoopregeling voor varkens niet onder de BTW valt kan geen verrassing meer zijn. Dat geldt wel voor de wijze waarop door het Hof de werking van art. 37 Wet OB 1968 buiten werking wordt gesteld. Ook de overweging dat het voor de hand ligt dat de fiscus zich –met voorbijgaan aan de ondernemer- maar moet richten tot LASER is opmerkelijk, maar stemt tot vreugde.

Voor belanghebbende in kwestie (en een groep samen met hem optrekkende ondernemers) is er nu voorlopig duidelijkheid. Het is de vraag wat anderen –die niet tegen de aanslag omzetbelasting in het geweer zijn gekomen, maar hebben berust in de heffing- met deze uitspraak kunnen. Waarschijnlijk niet veel. Als de Staatssecretaris niet in cassatie zou gaan, of dat wel zou doen maar in het ongelijk gesteld zou worden, toont hij zich doorgaans niet een goed verliezer. Het zou netjes zijn om anderen, die in een soortgelijke situatie verkeren, alsnog een tegemoetkoming te verlenen. Het is echter bijna altijd vast beleid dat op eerder vastgestelde, en dus al vaststaande aanslagen, niet wordt teruggekomen. Had je maar bezwaar en beroep moeten indienen, zo is de redenering blijkbaar. Desondanks een procedure tegen de fiscus opstarten biedt gelet op eerder rechtspraak weinig kans. Wat wellicht meer mogelijkheden biedt is het indienen van een schadeclaim richting LASER. Ook het Gerechtshof is van mening dat daar de fout is gemaakt. LASER kan in de woorden van het Hof als ‘de initiatiefnemer van de onjuiste facturering’ worden aangemerkt. Verder heeft LASER nagelaten de gemaakte fout te herstellen, aldus het Hof. Ook als de Staatssecretaris bij de Hoge Raad alsnog gelijk zou krijgen zou een actie richting LASER overwogen kunnen worden.

Lees ook Varkenshouders krijgen BTW opkoopvergoeding terug van fiscus

Copyright © Agrocount.nl

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.