Home

Achtergrond 438 x bekeken

Meer duidelijkheid rondom geruisloze terugkeer uit de BV

Met de invoering van de Wet IB 2001 zijn een aantal fiscale motieven voor de BV vervallen. In dergelijke gevallen kan worden besloten om afscheid te nemen van de BV, om voortaan weer als zelfstandig IB-ondernemer door het leven te gaan. Terugkeer uit de BV betekent in beginsel een verplichte afrekening. Maar ook een geruisloze terugkeer behoort tot de mogelijkheden. Daarvoor gelden wel een groot aantal voorwaarden.

Met de invoering van de Wet IB 2001 zijn een aantal fiscale motieven voor de BV vervallen. Sterker nog, een BV is in een aantal gevallen in fiscaal opzicht veel minder gunstig dan een eenmanszaak, een maatschap of een firma. Zo betekent de nieuwe inkomstenbelasting de doodsteek van de welbekende ‘pacht-insteek constructie’. In dergelijke gevallen kan afscheid worden genomen van de BV, om voortaan weer als zelfstandig IB-ondernemer door het leven te gaan. Terugkeer uit de BV betekent in beginsel een verplichte afrekening, zowel voor de BV als voor de aandeelhouders. Maar ook een geruisloze terugkeer (het spiegelbeeld van de meer bekende geruisloze inbreng) behoort tot de mogelijkheden. Daarvoor gelden wel een groot aantal voorwaarden. In een recent besluit zijn een aantal van deze voorwaarden verduidelijkt. In een vijftiental vragen en antwoorden geeft de Staatssecretaris van Financiën zijn mening over diverse onderwerpen. Hoewel alle situaties zich in een agro-BV kunnen voordoen zijn enkele van deze vragen en antwoorden in het bijzonder voor de agrarische sector van belang.

Gerechtigdheid voortzettende aandeelhouders tot vermogen
Het komt vaak voor dat de ene echtgenoot meer (of zelfs alle) aandelen houdt in een BV. Na de geruisloze terugkeer wenst men een VOF aan te gaan, waarin ieder een beloning voor zijn inbreng van kapitaal en arbeid krijgt, waarna de resterende overwinst gelijkelijk wordt verdeeld. De Staatssecretaris is van mening dat de waarde van ieders gerechtigdheid via het aandelenbezit moet overeenkomen met de aan een ieder toe te rekenen inbrengwaarde van de vermogensbestanddelen die worden ingebracht in de VOF, vermeerderd met de waarde van het buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen dat aan een ieder wordt toegescheiden. Bij de bepaling van de gerechtigdheid in het vermogen via het aandelenbezit dient rekening te worden gehouden met de rechten die aan de desbetreffende aandelen kunnen worden toegekend. Partijen kunnen met een juiste toedeling van het kapitaal in de VOF bereiken dat er tussen hen geen verschuiving in de gerechtigdheid tot het vermogen optreedt. Een juiste toedeling van het kapitaal is mede afhankelijk van de winstverdeling van de firmanten in de VOF.

Wijze verliesverrekening met stille reserves in vermogensbestanddelen vennootschap
Als een BV waaruit wordt teruggekeerd verliezen heeft, mogen die verliezen worden verrekend met bij de BV aanwezige stille en fiscale reserves. Mag de BV nu zelf bepalen welke stille reserves worden verrekend met de verliezen? De vraag is van belang voor de verschillen in de afschrijvingstermijnen. Uiteraard zal men zo weinig mogelijk willen afboeken op snel afschrijfbare reserves. Die worden later wel –ten laste van het resultaat!- afgeschreven. Maar naar de mening van de Staatssecretaris mag de BV niet zelf bepalen welke stille reserves worden verrekend met de verliezen. De regeling brengt naar zijn oordeel mee dat de verrekenbare verliezen pro rata worden verrekend met stille en fiscale reserves.

Voortzetting onderneming door huwelijkspartner
Als een BV slechts één aandeelhouder heeft, die in gemeenschap van goederen is gehuwd, mag die andere huwelijkspartner de gehele onderneming dan voortzetten, ook als hij of zij geen enkele betrokkenheid bij de onderneming heeft? Het antwoord op deze vraag is positief. De andere huwelijkspartner kan de gehele onderneming voorzetten. Hij of zij moet wel kunnen worden aangemerkt als ondernemer in de zin van artikel 3.4 Wet IB 2001

Aansprakelijkheid belastingaanslagen over voorafgaande jaren
In de regeling van de geruisloze terugkeer is bepaald dat de voortzettende aandeelhouder aansprakelijk kan worden gesteld voor de vennootschapsbelasting voor zover die betrekking heeft op het alsnog in de heffing betrekken van winst die bij de toepassing van artikel 14c Wet VPB niet in aanmerking is genomen. De Staatssecretaris is echter van mening dat deze aansprakelijkheid niet geldt voor ‘oude’ belastingaanslagen (aanslagen van voor het jaar dat men geruisloos terugkeerde).

Maatadvies blijft enige oplossing
In een aantal gevallen blijft een geruisloze terugkeer voor de agrariër de moeite waard. Het Besluit doet daar niets aan af. Standaard oplossing zijn echter niet te geven. Daarvoor verschillen met name de motieven waarom men ooit de BV heeft opgezocht te veel. Duidelijk is wel dat doe-het-zelven moet worden afgeraden. Daarvoor is de materie te ingewikkeld en zijn de belangen veelal te groot. (mr. S.F.J.J. Schenk)

Meer informatie Besluit van Financiën 14 mei 2004

Copyright © Agrocount.nl

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.