Home

Achtergrond 513 x bekeken

Maatschap oom en neef; geen vrijstelling overdrachtsbelasting

Gronden die in een maatschap van een oom naar een neef worden overgedragen, zijn niet vrijgesteld voor de heffing van overdrachtsbelasting. Dat oordeelde het gerechtshof in Den Haag.

In deze zaak vormden een man met zijn oom en vader vanaf 1990 een maatschap. De oom is juridisch eigenaar van de gronden en wil deze overdragen aan de neef. De neef meent dat vrijstelling van artikel 15, lid 1, aanhef en onderdeel b Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR) van toepassing is. Zijn zienswijze is dat deze overdracht hetzelfde moet worden afgewikkeld als die tussen hem en zijn vader, en hij dus vrijstelling op de heffing overdrachtsbelasting moet krijgen. De inspecteur van de belastingen was het daar niet mee eens.

De rechtbank in Den Haag oordeelde dat de oom en de neef niet door de wetgever aangegeven kring van bloed- en aanverwanten behoren. Vrijstelling van de overdrachtsbelasting is daarom niet aan de orde.

Verder is de rechtbank van mening dat de inspecteur de grond terecht heeft gewaardeerd tegen de waarde in onverpachte staat, zijnde fl. 700.000. Aangezien er geen pachtovereenkomst tot stand was gekomen, oordeelt de rechtbank dat de waarde in verpachte staat (fl. 250.000) niet van toepassing is.

Meer informatie Uitspraak hof Den Haag

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.