Home

Achtergrond 141 x bekeken

Wet Stankemissie gaat voorbij aan het principe van bestaande rechten

Vanaf het moment dat het reconstructieplan van de provincie Limburg is bekendgemaakt, waarschijnlijk eind mei, moet hier de Wet Stankemissie toegepast worden in plaats van de huidige regels. In de praktijk betekent dit dat vanaf dat moment voor de beoordeling van stankhinder in de provincie Limburg andere regels toegepast moeten worden dan in de rest van Nederland. Inmiddels worden in Limburg de problemen duidelijk bij de toepassing van deze nieuwe stankwet.

Nu wordt de Richtlijn Veehouderij en Stankhinder 1996 en de Brochure Veehouderij en Hinderwet 1985 en de circulaire Lucht 46 nog toegepast. Maar bij nieuwe vergunningen en revisievergunningen moet de nieuwe Wet Stankemissie worden toegepast. Dat geeft problemen.

Artikel 8.4 lid 3 Wet Milieubeheer geeft aan dat bij het verlenen van een revisievergunning de bestaande rechten in acht genomen moeten worden. Dat de bestaande rechten niet gerespecteerd worden in de Wet Stankemissie blijkt uit artikel 3 lid 3 onderdeel c van de Wet Stankemissie, waarin staat dat in een overbelaste situatie maar de helft van de winst in mestvarkenseenheden, die wordt behaald door het toepassen van een emissiearm-stalsysteem, opgevuld mag worden. De vraag is of deze bepaling uiteindelijk geaccepteerd wordt door de Raad van State, aangezien bestaande rechten worden aangetast. De Richtlijn Veehouderij en Stankhinder 1996, die dezelfde bepaling bevatte, werd onder andere op dit onderdeel niet geaccepteerd door de Raad van State (E03.96.1767, Berghem). In deze situatie was echter sprake van een richtlijn die getoetst werd aan artikel 8.4 lid 3 Wet Milieubeheer, terwijl we nu te maken hebben met een wet. In principe kan de Raad van State formele wetgeving niet toetsen. Het is dus de vraag hoe dit zit met twee formele wetten (de Wet Milieubeheer en de Wet Stankemissie) die haaks op elkaar staan.

Bestaande rechten in overbelaste situatie
Op basis van jurisprudentie over de Richtlijn Veehouderij en Stankhinder 1996 moet in ieder geval wel rekening gehouden worden met bestaande rechten. Bij het toepassen van emissie reducerende technieken mag de daardoor ontstane ruimte opgevuld worden door het houden van meer dieren. Alleen als sprake is van ontoelaatbare nadelige gevolgen voor het milieu kan de uitbreiding eventueel gedeeltelijk geweigerd worden en mag niet zonder meer uitgebreid worden binnen het bestaande recht. Maar wanneer is er sprake van ontoelaatbare nadelige gevolgen voor het milieu? In de uitspraak Boxmeer van 18 mei 2000 (ABRvS 199901765/2) was de werkelijke afstand 29 meter terwijl 189 meter vereist werd. Dit was ontoelaatbaar. Daarentegen sprak de Raad van State in andere gevallen uit dat een werkelijke afstand van 80 meter ten opzichte van een vereiste afstand van 100 meter en een werkelijke afstand van 95 meter ten opzichte van een vereiste afstand van 175 meter wel toelaatbaar is. (ing. E. Coopmann en M. van Beers)

Meer informatie Van Geel: "Nieuwe stanknormen alleen geldig bij reconstructieplan"

Copyright © Agrocount.nl

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.