Home

Achtergrond 736 x bekeken

Voorkom brutering door juiste identificatie werknemers

Normaal gesproken houdt de werkgever premies en belasting in op het uitbetaalde loon. Maar wat als er dit niet gebeurt. De loonheffing kan de werkgever nog verhalen, ook wel brutering genoemd. De premies zijn dan echter voor de werkgever. Maar pas op. In sommige sectoren is het afspreken van nettoloon gebruikelijk. Als dat zo is, is de werkgever altijd de klos.

Brutering kan achterwege blijven als de kosten daarvan in alle redelijkheid niet opwegen tegen het op te halen bedrag. Wie op 1000 werknemers ieder € 250 wil verhalen, zal eerst moeten proberen die mensen te vinden. Dat kost tijd en geld. Ondanks het feit dat het om een te verhalen bedrag van € 250.000 gaat, zullen alle te maken kosten naar alle waarschijnlijkheid een veelvoud van dit bedrag bedragen. Het getuigt dan van wijsheid om het verlies maar te nemen, en de pogingen om tot verhaal te komen maar te staken. In dat geval kan ook brutering achterwege blijven.

Brutering mag ook achterwege blijven als de werkgever wel wil bruteren, maar dat niet kan. Met andere woorden: er kan pas gebruteerd worden als bij de werkgever, toen hij het loon betaalde, de daarop drukkende belasting en premies voor zijn eigen rekening wilde nemen. Het bewijs daarvoor dient door de fiscus of het Uwv (de oude bedrijfsvereniging) geleverd te worden. Het is dus niet de ondernemer die op dit punt moet bewijzen dat hij ‘onschuldig’ is! Het is echter goed om te weten dat de hoogste rechter in sociale verzekeringszaken, de Centrale Raad van Beroep, op dit laatste punt onlangs een belangrijke nuancering aangebracht. Deze nuancering is naar verwachting voor onder meer de agrarische sector van het grootste belang is. Juist in deze sector wordt immers regelmatig gewerkt op basis van kortlopende arbeidsovereenkomsten met seizoensarbeiders. De Centrale Raad van Beroep besliste namelijk dat gebruteerd kan worden als de werkgever loonbetalingen heeft gedaan onder omstandigheden die verhaal op de werknemer van de ten onrechte achterwege gelaten inhoudingen bij voorbaat uitsluiten’. De Centrale Raad gaat verder: ‘Voor bewijs is tevens van betekenis of wordt aangetoond dat het bedingen van nettoloon in een bepaalde bedrijfstak gebruikelijk is’.

Of het bedingen van nettoloon in de branche gebruikelijk is, weet de ondernemer waarschijnlijk het beste zelf, uit zijn contacten met collega’s en concurrenten. Als dat zo is dan is het oppassen, omdat brutering dan voor de hand ligt. Maar ik kan mij zo voorstellen dat bijvoorbeeld bij oogstwerkzaamheden, waarvoor de hulp van scholieren, studenten en huisvrouwen wordt ingeroepen, het maken van een nettoloon afspraak een veel voorkomend verschijnsel is. Wanneer kan nu gezegd worden dat de ondernemer zichzelf in de positie heeft gebracht dat verhaal bij voorbaat uitgesloten is? Naar mijn mening zal dit zich vooral voordoen als de werkgever niet heeft voldaan aan de verplichting om de werknemer zichzelf te laten identificeren. In het berechte geval was daarvan ook sprake. Alhoewel daar in de praktijk vaak slordig mee wordt omgegaan is de werkgever gehouden om bij indiensttreding van een werknemer de identiteit van deze werknemer vast te stellen. Verder dient de werknemer een loonbelastingverklaring in te vullen, en moet ook het sofi-nummer te worden vermeld. Komt de werknemer van buiten de EU dan moet de verblijfsvergunning ter inzage worden verstrekt. De werkgever is verplicht van dit alles een deugdelijke (leesbare) fotokopie bij de loonadministratie te bewaren.

Conclusie moet zijn dat als de erkgever in een sector opereert waar veel met nettoloon afspraken wordt gewerkt hij een lastige positie verkeert, als hij brutering wil voorkomen. Zeker als dan wat slordig wordt omgesprongen met de identificatieverplichting (of als de werkgever daarmee ronduit bedonderd wordt, ook dat komt veel voor), en daardoor het anoniementarief aan de broek krijgt, kan de schade buitensporig groot zijn. Dan kan er vanuit worden gegaan dat het netto verloonde bedrag in geval van brutering met toepassing van het anoniementarief ruimschoots over de kop zal gaan. En dan praten we nog niet eens over de mogelijkheid van een verhoging. (mr. S.F.J.J. Schenk)Meer informatie Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep

Copyright © Agrocount.nl

Bij weigering identificatie het anoniemtarief toepassen

Als werknemer weigert een identiteitsbewijs ter inzage te verstrekken dan moet het 52%-loonbelastingtarief worden toegepast, waarbij geen rekening gehouden mag worden met de loonheffingskorting (anoniementarief). Identificatie dient te geschieden door middel van paspoort of identiteitskaart. Een kopie van een rijbewijs levert geen rechtsgeldige identificatie op. Ook is identificatie door middel van vervalst paspoort of vervalste verblijfsvergunning is (uiteraard) niet mogelijk. Heeft identificatie niet (juist) plaatsgevonden dan is het gevolg dat het anoniementarief toegepast had moeten worden, maar dat is natuurlijk niet gebeurd. In zo’n geval volgt een naheffing LB (met verhoging!) alsmede premienota. Het verhalen van LB is dan wel toegestaan maar feitelijk veelal onmogelijk. Juist het van toepassing zijnde hoge anoniementarief maakt de bijbehorende brutering zo waanzinnig kostbaar. U kunt er van uitgaan dat het netto verloonde bedrag in geval van brutering met toepassing van het anoniementarief ruimschoots over de kop zal gaan. En dan praten we nog niet eens over de mogelijkheid van een verhoging.

Hoe gaat brutering in zijn werk?

In de meeste gevallen zal een werkgever op de door hem uitbetaalde lonen loonbelasting en sociale premies moeten inhouden. Het ingehouden bedrag moet vervolgens aan fiscus en het Uwv worden afgedragen. De werknemer krijgt slechts een nettobedrag in handen. Als een werkgever ten onrechte geen loonbelasting en premies inhoudt, levert dat voordeel op voor de werknemer. Voor de premieheffing is het daarmee voorbij (en zullen de premies voor eigen rekening van de werkgever komen), maar voor de loonbelasting bestaat de mogelijkheid van een herkansing. Want de werkgever kan besluiten om de verschuldigde loonbelasting alsnog in rekening te brengen bij de werknemers. Hij gaat ‘verhalen’. In de praktijk gebeurt dat meestal door het verschuldigde bedrag te verrekenen met de komende salarisbetalingen. Maar er kan ook gewoon een rekening gestuurd worden. Verhalen ligt vaak gevoelig. Het is immers een tegenvaller voor de werknemers. In de praktijk zien de meeste werkgevers daarom van verhaal af. Maar wanneer de werkgever de loonheffing niet verhaalt op de werknemer, heeft de werknemer opnieuw een voordeel. Hij ontving immers een bruto bedrag netto. In de meeste gevallen zal de fiscus dan besluiten om het bedrag te verhalen op de werkgever, onder toepassing van brutering. Het netto-voordeel van de werknemer wordt dan herrekend naar bruto-loon. Afhankelijk van het van toepassing zijnde tarief (dat ook het hoge anoniementarief kan zijn!) kan dat tot een ruime verdubbeling van het netto bedrag leiden. Dat dit voor de werkgever pijn doet zal duidelijk zijn.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.