Home

Achtergrond 425 x bekeken

Pachter krijgt toestemming om melkquotum te verkopen

In verband de gewijzigde regeling met betrekking tot het verleasen van melk, zijn geschillen tussen pachters en verpachters ontstaan. De principiële vraag is: Wat te doen met kleine hoeveelheden melkquotum die door de pachter eigenlijk niet meer benut kunnen worden.

In de recent besproken uitspraak beschikte de pachter in kwestie nog beschikte over een melkquotum van ruim 30.000 kg en had enkele hectares grond in pacht. De pachter had gesteld dat hij niet in staat was de melkproductie te hervatten en dat hij dus het melkquotum moest verkopen. Daarvoor had hij toestemming gevraagd aan de verpachter. Deze had de toestemming slechts willen verlenen indien met de verkoop van het melkquotum ook de pacht van de grond zou eindigen. Dit laatste wilde de pachter niet.

De Pachtkamer van het Gerechtshof komt tot de conclusie dat het onderhavige geval de pachter moet worden toegestaan het melkquotum te verkopen zonder dat dit moet leiden tot een einde van de pachtovereenkomst. Wel dient uiteraard de pachter 50% van de waard ervan het melkquotum aan verpachter te vergoeden. De pachtkamer van het Gerechtshof benadrukt dat de hoofdregel nog steeds blijft dat een pacht bij het einde van de pachtovereenkomst het melkquotum aan de verpachter moet overdragen.

Overleg tussen pachter en verpachter moet oplossing bieden
Dat de Pachtkamer vasthoud aan de hoofdregel, benadrukt nog eens te meer dat een pachter tijdens de looptijd van de pacht de melk niet mag verkopen. Zelfs niet als hij aanbiedt de helft van de verkoopopbrengst aan de verpachter af te dragen. Het feit dat aan het structureel verleasen van melkquotum een einde is gemaakt door de wetgever maakt dit volgens het Pachthof niet anders. Het Hof benadrukt ook dat het voor de hand ligt dat partijen in situaties zoals die hier zich voordeden met elkaar in overleg treden. Bij dit overleg dient, rekening gehouden te worden met in ieders belangen waarbij redelijk en billijkheid voorop staat. Het niet meewerken door de verpachter aan een oplossing voor verkoop van de melk kan onder omstandigheden onredelijk zijn. Als dat zo is, dan kan het zijn dat het de pachter moet worden toegestaan de melk te verkopen uiteraard onder de bovengenoemde restricties.

Bepalende omstandigheden om toestemming te verlenen
Het arrest geeft enkele aanknopingspunten aan welke omstandigheden moet worden gedacht wil een vordering van de pachter succesvol zijn. In de onderhavige zaak had de pachter het melkquotum jarenlang verhuurd. Ook had de pachter in feite zijn bedrijfsvoering in de loop der jaren gewijzigd. Het Hof merkt op dat de verpachter daar tegen nooit enig bezwaar heeft gehad. Het feit dat de pachter een langere periode (meer dan 10 jaar) de melkproductie al had beëindigd, en de verpachter daar nimmer tegen had geprotesteerd, wordt dus in het nadeel van de verpachter uitgelegd. Daarnaast acht het Hof van belang dat er geen concreet belang van de verpachter tegenover het belang van de pachter is gesteld. Ondermeer heeft de verpachter niet aangegeven dat hij zelf de melkveehouderij ter hand wil nemen. Bij het Pachthof bestaat eerder de indruk dat ook de verpachter alleen maar het melkquotum zou willen vervreemden en de grond vrij van pacht wil hebben. Dit betekent dat er geen concreet belang is bij het behoud van de melk aan de kant van de verpachter. Verpachter heeft nog aangevoerd dat het niet ondenkbaar is dat het melkquotum in de loop der jaren verder in waarde zal stijgen. Het Pachthof acht deze opmerking te speculatief om daar consequenties aan te verbinden.

Ofschoon het Pachthof benadrukt dat de bestaande leer ten aanzien van de verdeling van melkquotum tussen pachter en verpachter overeind blijft, kan niet worden ontkend dat deze uitspraak belangrijke praktische gevolgen heeft. Door de uitspraak zullen verpachters op een verzoek van pachters het melkquotum te mogen verkopen, bijvoorbeeld omdat in redelijkheid niet meer van hen kan worden verlangd dat zij de melkproductie hervatten, overleg moeten plegen en zich in dat overleg naar redelijkheid en billijkheid moeten gedragen. Of de verpachter zich redelijk opstelt hangt af van de omstandigheden van het geval.

Daarbij zijn van belang zijn eigen belang bij voortzetting van de melkveehouderij, zijn eigen belang bij het behoud van het melkquotum en de vraag in hoeverre de verpachter ooit bezwaren heeft gemaakt tegen een gewijzigde bedrijfsvoering van de pachter ten gevolge waarvan de hervatting van de melkproductie feitelijk onmogelijk is geworden. Het is zeer de vraag of in veel gevallen verpachters dergelijke eigen belangen voldoende hard kunnen maken.Daar staat tegenover dat ook duidelijk moet zijn dat van de pachter in redelijkheid niet meer gevraagd kan worden dat hij de melkproductie hervat. Dit zal eerder het geval zijn naarmate de pachter over een klein melkquotum beschikt. De pachter die 300.000 kilogram melkquotum heeft kan minder makkelijk aanvoeren dat hij de melkproductie niet meer kan hervatten dan iemand die slechts over een fractie daarvan beschikt. Bovenstaande betekent dat in alle gevallen nader advies gevraagd moet worden en dat dit advies ook maatwerk moet zijn. (mr. F.W. van Dijk)Lees ook In dit specifieke geval mag pachter melkquotum verkopen

Copyright © Agrocount.nl

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.