Home

Achtergrond 282 x bekeken

Nieuwe reeks besluiten rondom bedrijfsopvolging: een overzicht

Sinds er meer duidelijkheid is over de voortzettingswaarde, beter bekend als ‘going concernwaarde’, vliegen de Besluiten van de Staatssecretaris van Financiën ons in een hoog tempo om de oren. In de besluiten wordt getracht om meer duidelijkheid te geven over de problematiek van de bedrijfsopvolging. Inmiddels staat de teller op drie. Daarnaast is er nog een besluit voor de oude gevallen van voor 1 januari 2002.

Bij het besluit voor de ‘oude gevallen’ (Besluit van 27 april 2004, nr. DGB2004/1164M) gaat het om bedrijfsoverdrachten die hebben plaatsgevonden vóór 1 januari 2002. In die gevallen is niet de faciliteit uit de Successiewet van toepassing, maar heeft men te maken met de Invorderingswet. In dit vraag en antwoordbesluit komen grotendeels dezelfde onderwerpen aan de orde als bij de Successiewet.

Aan de Besluiten van 12 en 22 februari 2004 over de ‘going-concernwaarde’ is al eerder aandacht besteed. Het jongste Besluit (Besluit van 16 maart 2004, nr. CPP2004/1717M) is een lijvig verhaal geworden, en heeft de vorm van een vraag en antwoordbesluit gekregen. De vragen en antwoorden zijn onderverdeeld in zeven verschillende categorieën. Het zijn er zoveel dat een integrale behandeling niet mogelijk is. Daarom een korte selectie.

Notariële afhandeling in 2002, maar eigenlijke overname in 2001, dan het oude regime
Meer duidelijkheid wordt verschaft rondom de ingangsdatum van de regeling. Formeel is die 1 januari 2002. Maar wat als er overgenomen is in 2001, maar de notariële afwikkeling vindt plaats in 2002? Volgens de Staatssecretaris is het moment van de schenking (resp. ‘goedkope’ overname) beslissend, en is dus het oude, en niet het nieuwe regime van toepassing. Ook wordt ingegaan op de vormvereisten van het verzoek om de faciliteit te kunnen toepassen. Zoals bekend werkt het nieuwe (gunstige!) regime enkel op verzoek. Dat zal de komende jaren in de praktijk nog wel eens misgaan.

Ondernemingsvermogen ter beschikking van de BV valt niet onder de fiscaliteit
Slechts ondernemingsvermogen kan delen in de faciliteit. Wordt vermogen aan een ondernemer of aan een BV ‘ter beschikking gesteld’ dan mist de faciliteit toepassing. Als ondernemingsvermogen bij testament wordt gelegateerd, onder de verplichting de koopsom in de boedel in te brengen (het bekende legaat tegen inbreng) kan de faciliteit gewoon toepassing vinden.

Wat gebeurt er bij overlijden?
In veel gevallen is de generatie die de onderneming schenkt of waarvan de onderneming zal gaan vererven al op leeftijd. Het is goed dat de Staatssecretaris ook aandacht heeft besteed aan de gevolgen van het overlijden van de echtgenoot van de deelnemer in een personenvennootschap.

Concreet: vader en zoon zitten in een maatschap, en moeder overlijdt. Er is geen testament, en vader en moeder waren gehuwd in gemeenschap van goederen. Ondanks het feit dat moeder geen ondernemer was, is in de geschetste situatie de faciliteit van de bedrijfsopvolging toch van toepassing op de verkrijging van de nalatenschap van moeder. Voor de agrarische praktijk is deze toezegging van groot belang. In het Besluit wordt ook aandacht besteed aan de gevolgen van het overlijden van de bedrijfsopvolger.

Wat zijn de gevolgen als de overnemer binnen de sanctieperiode van vijf jaren komt te overlijden? Het is opmerkelijk te noemen dat de Staatssecretaris van mening is dat (één of meer van) de erfgenamen van de overleden bedrijfsopvolger de onderneming moet overnemen (en de resterende termijn moet volmaken) om de eerder verleende faciliteit te behouden. Daarnaast kan de nieuwe voortzetter, zo merkt de Staatssecretaris terecht op, uit eigen hoofde een beroep op de faciliteit van de bedrijfsopvolgingsregeling doen. Het is echter niet zo dat men van het vereiste van voortzetting gedurende een periode van tenminste vijf jaren is verlost indien de voortzetter binnen deze periode komt te overlijden. Als een opvolger van de voortzetter ontbreekt kan men in de problemen komen. Ook een klein kind kan in fiscaal opzicht voortzetten. Het gaat er om voor wiens rekening en risico de onderneming wordt gedreven. Dat kan heel goed een baby of peuter zijn. Er zal dan een bedrijfsleider moeten komen. Of dat financieel uitkan is de vraag, maar het zal meestal toch voordeliger zijn dan een torenhoge belastingaanslag. (mr. S.F.J.J. Schenk)

Mail vragen hierover naar de redactie: redactie.agrocount@reedbusiness.nl

Meer informatie Besluit Invorderingswet voor overnames voor 1 januari 2002
Meer informatie Besluit inzake Successiewet overnames na 1 januari 2002
Lees ook Definitief akkoord over bedrijfsovername verder uitgewerkt met normen normen en toelichting ‘going-concernwaarde’

Copyright © Agrocount.nl

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.